Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

RESTANT JES

GRIJZE DAG.

Zwaar trage wolken jagen voort, altijd voort, zich rekkend en krimpend, doch immer aansluitend. — Zoo volgen zij elkander al dagen en dagen; in hun grillig spel verbergend de Zon, die er achter moet zijn. Maar enkel dit weten is weinig, zéér weinig voor dichtertje en toch ook weer veel.

Gedompeld ligt zijn dag in grijsheid

De avond is langzaam om hem gevallen, dichtertje sluit de gordijnen en zet zich mijmerend bij 't rood-buikige potkacheltje, dat met hem gelukkiger dagen heeft gekend

Schrijven wil hij, doch zijn hart is zonder vreugde en zonder verdriet.... er gaapt slechts holle leegte. — Zn

jonge vrouw, waar ging ze heen? Hij weet het niet

Verlangt ie haar terug? Hij weet het evenmin, want hij begint te twijfelen aan hun liefde, omdat ze nog steeds

niet is weergekomen Al zoo lang wacht hij immers,

God, al drie maanden, en dit is oneindig voor wie verlangt

Dichtertje ziet weer Voldert, die z'n laatste sonnet niet wilde uitgeven, met hem en Guusje om de tafel zitten. — Een dikken roman moest ie eens schrijven, lacht Voldert breed en dan eens 'n beetje van hup Mariannetje! Gedrieën hadden ze er dien avond pret om gemaakt, doch Guusje had het idee niet meer los gelaten. Hij moést 'n roman schrijven en niet zoo een met een heele boel narigheid en anderhalve persoon die elkaar toch niet kregen, neen, een half dozijntje medeminnaars en op 't eind de held van 't stuk de overwinning. Welja, z'n vrouw had 't maar voor 't zeggen.

Getracht had ie met veel geduld 'r aan 't verstand te brengen, dat hij, dichtertje, niet deugde om zulke ingewikkelde romans in elkaar te draaien vergeefs! Als hij

dat niet kon, dan kon zij, Guusje, niet langer z'n armtierige huishoudentje voortzetten. — Ze huilde....

Ten laatste had ie beloofd het te probeeren. Hij peinsde heele nachten zijn hersens af met een opzet voor 'n roman

Sluiten