Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ROMAN VAN EEN SCHILDER

le's alleen te laten. Indien u blijft, dan bereik ik immers toch mijn doel niet, ook al mocht ik zelf vertrekken. En daarom..." voegde hij plotseling vastbesloten eraan toe, „daarom zal ik Veldzicht niet verlaten, zoolang u hier toeft. Als tenminste Willem het mij veroorlooft!"

„Maar natuurlijk sta ik het toe!" lachte van Baerle vroolijk, terwijl hij opstond om zijn vriend de hand te drukken. Met ijzeren greep omklemde hij de vingers van den planter, triomfantelijk straalde zijn aangezicht en hij werd plotseling overweldigend spraakzaam. „Natuurlijk sta ik het toe!" herhaalde hij nog luidruchtiger dan den eersten keer. „Wat een dwaasheid, ons zoo spoedig te willen verlaten! Voorzeker, een dwaasheid! Niet waar, Erica? Mankeert er wat aan de bediening? Vertel het ons dan, wij zullen het veranderen. Mijn vrouw en ik willen menschen om ons verzamelen, een menigte van menschen. Wij hebben behoefte aan afleiding en verstrooiing. Niet waar, Erica?

Het verdriet is een prachtig ding, maar wij laten ons

gemakkelijk troosten. En bovendien! Er moet toch een

plaatsvervanger voor Leo zijn. Niet waar, Erica?

En als eenmaal de werkelijke moordenaar wordt ontdekt — want jij bent immers ook van meening, dat de politie zich vergiste? — welnu! als eenmaal de schurk ontmaskerd wordt, dan hoop ik, dat wij met zijn allen champagne zullen drinken. Wij hebben nog net twee flesschen in den kelder.

Niet waar, Erica? Of is het er maar een? Een

heildronk op den moordenaar van Leo! Ha, ha! Wat een zonderling idee!"

Eensklaps stokte zijn stem, verwonderd trok hij zijn hand uit die van Merker terug.

„Alle drommels! Dat is een verrassing. Kijk eens, wie ons daar bezoeken komt!"

De kunstenaar snelde de treden af van het terras. Beneden stond de voormalige ingenieur, thans reserve-luitenant van de genie Karei Fransen. Niemand had zijn aanwezigheid bemerkt en het leek, of hij al een poos zich daar bevond, doch aarzelde om boven te komen.

Sluiten