Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ROMAN VAN EEN SCHILDER

telijk te zijn en den officier gunstig voor zich te stemmen. Daarom stond hij op en sprak:

„Ik heb een portret van Leo geschilderd. Het hangt in de huiskamer. Ik zal 't even halen."

Zoodra hij verdwenen was, brak de zon door de wolken en beschoot met helle schichten het terras. Alle voorwerpen ontvlamden, het zilver sproeide vonken over de tafel, de witte muren en de vierkante plavuizen blakerden met een verblindenden glans. Onder de aanwezigen ontstond er beweging. Sommigen verschoven snel hun stoel, anderen trachtten met de hand de stralen af te weren. De officier verroerde zich niet. Hij bevond zich in de schaduw, zoodat de lichtende bleekheid van zijn gelaat zich scherper afteekende. Alleen zijn epauletten stonden in laaienden brand.

Spoedig keerde de kunstenaar met zijn schilderij terug, die hij op een leegen stoel voor Fransen neerzette.

,,Is het zoo in orde? Glimt de verf niet?" vroeg hij bedrijvig, terwijl hij zich gereed hield om desgewenscht de opstelling te veranderen.

De officier wierp een vluchtigen, onbestemden blik op het doek.

„Uitstekend! Heel knap!" mompelde hij terloops en daarna bleef hij hardnekkig zwijgen.

De schilder verwonderde zich niet weinig over den geringen bijval, dien hij verwierf. Eenmaal bestond er een warme sympathie tusschen den officier en Leo Brak en men kon verwachten, dat alleen al hierom het portret een zekeren indruk maken moest. Maar Fransen toonde niet de minste belangstelling, hij bleef koel en onbewogen. En van Baerle merkte, dat de ander zijn bedoeling niet begrepen had. Aarzelend besloot hij zich nader te verklaren.

„Ik laat je mijn werk zien, omdat ik weet, dat je veel van den jongen gehouden hebt. Jij bent hier de aangewezen persoon om een oordeel uit te spreken —"

„Wat een typische rand!" zeide Fransen opeens, terwijl hij met zijn vinger een denkbeeldigen rechthoek teekende.

Sluiten