Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE SCHIJNWERPER

Marcel, die rede beëindigt. Jan en Warnex — zonder duif — achteraan).

MARCEL. De mensch wordt tot den oorlog opgevoed. Waarom zouden we dienzelfden mensch niet opvoeden tot den Vrede? Dat gaat even goed. Als niemand meer den oorlog wil, dan is hij er geweest.

Ziehier, geliefden, de oplossing van het Vredesprobleem: Opvoeding. Wat is daartoe het middel? — De Kunst. Welke kunst? Die van het Tooneel!

Mijn boek houdt in een Tooneelstuk. Een tooneelstuk behoort op het tooneel. Een tooneelstuk moet gespeeld worden.

Om een groote Idee in het groot te verbreiden moet het groszartig worden gepropageerd. Tooneel — woord, beeld, handeling, ziedaar de drieëenheid, summum van artistieke didacticiteit (geroep: „Prachtig", „exquis"). De leerschool des Levens is het Tooneel. Daarom — vorm ik mijn ensemble, daarom ga ik een Wereldtournée ondernemen. Om dit ensemble te vormen is geld noodig. Slechts tienduizend dollar! Geliefde medemenschen, men bedrijft liefdadigheid. Dat is funest. Voorwaar zegge ik U, aldus doet men niets dan de etter bedekken die zwemt op de gapende hoofdwond der lijdende menschheid. Elke uitgave voor een weldadig doel is immoreel zoolang niet voor de dringendste behoefte der wereld, voor den Vrede, al het noodige is bijeengebracht.

Geld is de ziel van den oorlog. Geld is ook de ziel van den Vrede. De Vredesengel is even onverzadelijk als d'oorlogsmoloch, maar op hoeveel superieurder wijze!

Den Vrede ontbreekt, wat den oorlog nooit ontbroken heeft: Geld (knikt naar Mevr. Carsten, Mevr. Carsten knikt heftig terug, publiek ook, behalve de 2e, zuinige, comitéfreule.)

Laten we dus niet meer over den Vrede spreken, zoolang er geen geld is gestort — doch laten we slechts en altijd weer spreken over geld. Vóór al moet een iegelijk die zegt, den vrede lief te hebben, zijn liefde door een geldoffer bewijzen.

Aan liefde zonder offer geloof ik niet. Die is slechts

vuige huichelarij (goedkeurend gemompel door de rijen).

Sluiten