Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE SCHIJNWERPER

MARCEL (onderdanig-buigend). Goeden nacht, Mevrouw. JAN. Slaap wel, Meta.

7e Tooneel. JAN, MARCEL, dadelijk daarna Mevr. CARSTEN (die Meta heeft gekruist op de trap).

('n Oogenblik kijkt Jan minachtend en scherp onderzoekend Marcel aan. Marcel veinst, het niet te merken; kijkt hem eerst aan, wendt zich dan af. Men voelt dat hier twee vijanden staan.Marcel wil heengaan, dan Mevr.Carsten op).

Mevr. CARSTEN (tot Marcel, verliefderig). Zoo, stoute

jongen, ik dacht al Ik had je nog niet de trap op

hooren gaan. Ik kom je halen. Gauw naar je bed. 'kWas bang, dat je weer aan 't werk was gegaan. Kom! (wil hem een arm geven).

JAN (sneerend). Ja, stuurt U Meneer maar naar zijn bed. Stoute jongens stopt men in bed, in hun eigen bed. (Mevr. Carsten kijkt verwonderd) Heusch, dat is beter voor Meneer, en anderen. (Mevr. Carsten nog verwonderder).

MARCEL. Ik denk, dat Meneer bedoelt, dat Meneer niet goed vindt, dat ik met de jonge mevrouw zat te praten.

Mevr. CARSTEN. Foei Jan!

MARCEL. Mevrouw, wat ik U bidden mag, valt U Meneer niet hard. Niemand is meester over zijn eigen gedachten, niemand ontkomt aan het meten met eigen maatstaf.

JAN. 't Is fraai, ga door.

Mevr. CARSTEN. Jan, wat een toon. Schaam je je niet?

JAN. Ik ben geen veertien jaar meer.

Mevr. CARSTEN. Nee — je bent veertig. Het is dus dubbel eigenaardig, dat je blijkbaar nog moet leeren, hoe je je in 't bijzijn van je Moeder, tegenover haar particuliere vrienden te gedragen hebt. Ik acht me verplicht, je dit ronduit te zeggen. En ik hoop zeer, dat je m'n woorden ter harte zult nemen. Een mensch is nooit te oud om te leeren, Jan!

JAN. Vandaar dat u 't permanent uitstelt. (Mevr. Carsten in woedenden schrik over zoo'n antwoord).

Sluiten