Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE SCHIJNWERPER

naar de meening, dat Marcel een beetje genoeg begint te krijgen van de kuischheid en dat het hem niet onwelgevallig zou zijn, zijn geestelijk overwicht ook eens physiek te demonstreeren — misschien dat het hem om des lieven vredes wille op den duur waarachtig gelukken zou ook.

Mevr. CARSTEN. En dat durf jij zeggen, en waar je

eigen zuster

JAN (krachtig). Van mijn zuster zeg en denk ik in den grond niets dan goeds, behalve dat ze onder Uw plak zit en mede laboreert aan Uw ijdelheid der ijdelheden. Sterker nog: als ik in Meta niet zoo'n vertrouwen had als het er op aankomt, zou ik niet weten of ik Anton niet moest waarschuwen.

Mevr. CARSTEN. Dwaasheid — en een lage dwaasheid. Marcel is en blijft een prachtmensch, in één woord, en ik weet er geen beter voor. Hij heeft niets dan het goede voor oogen. Het is heel goed mogelijk, dat hij bezig was met wat jij noemt: Meta te troosten. Een gesprek met hem kan zoo oneindig sterkend zijn. Vooral in haar geval. Marcel voelt zoo fijn — hij weet, wat een vrouw toekomt. Hij weet wat Meta in haar vrouw-zijn heeft ontbroken — een stijging boven de banaliteit, boven het materiëele, het zinnelijke. Hij weet een mensch te leiden naar de groot-zedelijke idealiteit. Jij kan ook weten, dat dit hooger element in haar huwelijk is geavorteerd.

JAN. U bedoelt dat Anton geen man is die boven zijn innerlijken stand leeft.

Mevr. CARSTEN. Misgun haar niet, dat zij van hem die superieure ontwikkeling ontvangt. Misgun hem niet, dat hij ze haar mag schenken. Aan haar dochter zal hij volledig vergoeden, wat zij tekort kwam.

JAN (lacht haar uit). Eerst de mama inenten met zijn particuliere moraline, dan de rein-cultuur voortzetten door de frissche dochter groot-zedelijk te civi- of te syphiliseeren. — „There's something rotten" in den geestelijken staat van dezen heer.

Mevr. CARSTEN (verheven-bitter). O, walging! Ga weg van mij. — Als ik je een moederlijken raad mag geven,

Sluiten