Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ROMAN VAN EEN SCHILDER

iemand geroepen werd. Snel opende hij een der vensters, leunde tegen het kozijn en keek naar buiten. De wind was geluwd, kalm en vredig lag de aarde aan zijn voeten. Alleen in de hoogere luchtlagen woedde er blijkbaar nog een heftige storm. Met ijlende vaart jachtten de wolken langs het uitspansel. Soms waren het ragfijne, doorzichtige sluiers, zooals het dunne gewaad en de wapperende haren eener vluchtende prinses. Dan leken het de woelige, schuimende golven van een zilverzee, die de wiegelende maneboot omspoelde. Of er schoof een zware ijsberg door den hemel, waarvan alleen de bovenste gletscher tintelend was verlicht. Daarna verdiepte zich het nachtelijk azuur en van alle kanten flonkerden de sterren den schilder tegemoet. Hij breidde de armen uit, alsof hij het heelal omvangen wilde, en voor een oogenblik scheen het, of zijn ziel met de oneindigheid versmelten zou. Maar in de verte hoorde hij een waakhond janken. Zijn onrust herleefde en langzaam begon hij zich aan te kleeden.

Hij stak het licht niet op, door het open venster viel er een mat schijnsel naar binnen. Verstrooid blikte hij telkens naar het landschap, dat droomverzonken voor hem lag. Enkele silhouetten van boerenhofsteden teekenden scherp zich af tegen de transparante lucht. Verder was er niets dan de wijde, boomlooze vlakte, die zwijgend en onbewegelijk zich uitstrekte naar den horizont, hel beschenen door het licht der maan. Bij tusschenpoozen gleden er ijle schaduwen over den akker; dan sidderde bijna onmerkbaar de bodem, zooals het lichaam van een slapende. Zou er op de gansche aarde niemand wakker zijn dan ik alleen? dacht de schilder bij zichzelf. En wederom bekroop hem het zonderlinge gevoel, of er in de stilte iemand was, die hem riep. Roerloos bleef hij staan en hield den adem in.

Maar na een poos ontwaakte hij uit zijn mijmering. Huiverend versnelde hij zijn bewegingen en stond weldra gereed. Hij wist thans, welk verlangen hem naar buiten lokte. Het waren de witte herfstrozen, die er bloeiden achter in den tuin. Zij trokken hem aan met een geheimzinnige kracht, zoodat hij de laatste dagen herhaaldelijk het perk

Sluiten