Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ROMAN VAN EEN SCHILDER

bezocht en de teere kelken bewonderde. En dezen avond werd hij verteerd door een heimwee, om de bloemen bij nacht te aanschouwen, zooals zij schemerden in de duisternis. Het leek hem plotseling, of hij een afscheid nemen moest. Nog eenmaal wilde hij de witte herfstrozen zien, den laatsten bloei van een verganen zomer. Dan zou hij terugkeeren naar zijn atelier en trachten in te slapen.

Hij klom uit het raam en geruischloos, op de teenen, sloop hij dicht langs den muur zijner woning. Aan de achterzijde van het huis bleef hij een oogenblik staan en luisterde. Alles was stil. Zoodra de maan achter de wolken verdween, snelde hij met haastige schreden over een grasveld en volgde een smal, kronkelend pad, dat zich voortslingerde naar den moestuin. Hier ademde hij vrijer, thans kon niemand hem meer opmerken en langzaam stapte hij verder. Het grint kraakte onder zijn voeten, hij was zeker van zichzelf en vreesde niet te verdwalen. Daar verhief zich de beuk, die voor hem 't herkenningsteeken was. Nu kromde zich de weg voor de laatste maal — nog enkele passen en hij maakte halt. Spiedend trachtten zijn blikken de duisternis te doorboren. Vreemd! op deze plek moest het immers zijn? Maar niet, zooals hij hoopte, schemerden de bloemen in den nacht. Het was te donker misschien, te peilloos donker. Binnen enkele minuten moest het lichter worden — zoolang moest hij wachten.

Opeens zijpelde er een manestraal door de wolken en spatte uiteen op de vette aardkluiten van een rozenbed. Glinsterend stoven de blauwachtige droppen om de stugge stengels, die hoekig uit den grond verrezen. Door de kleine ovaalronde bladeren voer een lichte huivering. Verwonderd knielde de schilder neer. Schuchter beroerde hij met zijn vingertoppen den bovenkant der verminkte, afgeknotte stelen. Hij tastte telkens in een kleverig vocht en het was hem, of hij louter versche wonden aanraakte. Dan prikte hij zich aan een doren en hij werd onzegbaar treurig. Alle herfstrozen moesten kort tevoren zijn afgesneden. Niet een was er overgebleven, zelfs de knoppen waren spoorloos verdwenen.

Sluiten