Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VILLA MORGENROOD

— Ha, schimpte Cato. — Of jij zoo'n heilig boontje bent geweest. Maar dat is altijd zoo. Zulke lui kunnen niets verdragen.... een onschuldig grapje niet.

— Noem zooiets nu grapjes!

— Pas op — of 'k vertel nog meer. Daar zal je van rillen, als je 't hoort. Hu.... hu.... hu!

't Dacht Sonja beter te zwijgen. Cato scheen stevig aangedronken en dan was er niets met haar te beginnen. Dan flapte ze er uit, wat haar voor de mond kwam, hoe ruwer, hoe mooier. Een dragonder zou er van blozen. Of 't alles wel waar was? Daaraan twijfelde ze nog al. Maar zeker was 't er raar toegegaan.... dat mocht ze wel gelooven. 't Was een mooi stelletje bijeen. Artisten — nou, wat je dan noemt! In het gewone leven.... bah.... op de planken geschikt om schunnigheidjes te verkoopen. Artisten! Gerard Hessels kon zulk soort niet zetten, hij takelde ze af, waar hij kon. Had hij geen gelijk? Waren ze geen schande voor 't vak? Verschwartzter nar, scholden ze hem. Maar gelijk had hij. Was dat een bende! Ze hoorden niet op de „bühne", maar ergens anders.... kerels, wijven.... proleten.

En daarbij hoorde ook Cato. O, die zou braaf hebben meegedaan. Als ze een glaasje ophad, stond ze voor niets; maar er zijn grenzen, waarover men niet mag gaan, Cato kende die grenzen niet, wist ze, en omdat ze die niet kende had ze zeker werk, terwijl een ander leeg liep. Zoo zou het zijn. Talent bezat ze niet, dansen kon ze niet — maar brutaal was ze. Artist? Nee... . wat anders. Ze leek op haar vader, een ruwe bruut, die niets ontzag.... maar dan ook niets.... een grove ellendeling, waaraan ze zich verslingerde, omdat.... nee, dat begreep ze niet meer.

— Moet je hooren — Greet Verschoor heeft een oude vent twee nachten op de stoep laten staan.

— Klats.

— Waar. Even zweeg ze, dan — De vrouw van Levie Dadelboom is er van door met een ander. Hij verdiende niets en toen ging zij, waar zij 't beter kon krijgen. Maar hij heeft ook al weer een ander.

Sluiten