Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ANTON PIECK

toovert, hoe de prinses uit het sprookje rijdt naar het slot van den prins! — Maar dan de figuren: twee op het tooneel, tien in het orkest en daarvoor nog even te zien enkele hoofden der toeschouwers op de voorste rij, waardoor zoo eenvoudig wordt uitgedrukt, dat de vertooning plaats heeft in de schouwburgzaal, gevuld met het luisterend en kijkend publiek. Pittig en duidelijk staat het sterke zwart der kleeding van de acteurs en orkestleden in de groote tooneelruimte vol licht, aan weerskanten geflankeerd door de smalle strooken fluweelzwart der terzijgeschoven gordijnen. Daar zit in deze flikkerende tegenstelling van het weinige, maar zéér krachtige zwart tegen het breede veld van licht een felheid van karakteristiek, die doet denken aan de stoute etskunst van Goya in zijn Tauromaquia. Prachtig is de uitbeelding van het oud heertje in zijn springveerende dansactie, dat wijdbeens huppelt naar het vlindervlug wegdartelend dametje, zij guitig omkijkend naar het malle manneke, elegant in haar goedlachsche coquetterie; hij in kuitbroek en met knikkerrond buikje een potsierlijk ventje, een oolijkerd, een schalk, komisch in zijn ernst en dubbel belachelijk, omdat hij reeds het spel verloren heeft, terwijl hij zelf waant, een kans te hebben. Subliem van teekening zijn deze acteerende figuren: hoe elegant is het vasthouden van het chic parasolletje, hoe leuk-zot is het ophouden van den ouderwetschen Pickwickhoed in 's oudenheertjes rechterhand. Koddig is de tegenstelling tusschen het met wat dun haar omrande kaalknikkertje van het verliefde gekje en het overmoedig-lachend gelaat van de ongenaakbare jonge dame, wier hoofd keurig gedekt is door een waaiervormig hoedje. Pieck is hier in zijn uitbeelding van een onbeteekenend geval prachtig geslaagd door zijn flonkerende geestigheid en speelschen humor. De situatie is oolijk doorzien en in heel haar psychologische malligheid uitgebeeld met het talent van een puntig blijspeldichter. In geen zijner voorafgaande werkjes heeft Pieck zich zoo vrij en onafhankelijk geopenbaard. Wie denkt nog aan Bruegel, aan Timmermans? Hier is een uitbeelding van het menschelijke, van het spel der geesten, zooals Timmermans dat nooit gaf. De

Sluiten