Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NIEKIE

In de gang, bij den kapstok, tegen vaders' oude, ruige winterjas, huilde hij als een kleine jongen om een groot onbegrepen verdriet, zoodat zijn kleine schouders er van schokten.

IV

Dagen later, op een zoelen, zonnigen lentedag, wandelde Niekie met vader langs de breede rivier, waarin 't fonkelde en schitterde en trillerde. Vast voelde hij vaders hand geklemd om de zijne en trotsch liep hij, één in stap, en voelde zich een man.

'tWas heerlijk om met vader te wandelen, vond Niekie. Vrouwen en meisjes praatten altijd zoo druk en verward. Mannen deden dat niet, die waren rustiger en zeker.... En mannelijk zei Niekie telkens eens een paar woorden. Dan zweeg hij weer een heelen tijd. Ook zwijgen was bij vader heerlijk. Al dagenlang had hij rondgeloopen met dat groote, vreemde verdriet en dien twijfel; nu wilde hij met vader er over praten. Vader zou het toch wel weten, als ze een nieuw kindje zouden krijgen. En plotseling schoot zijn jonge, helle jongensstem vreemd uit:

,,Vader, bij Kinny krijgen ze weer een nieuw kindje. Moeder heeft gezegd, dat wij ook wel eens een nieuw kindje krijgen. Wanneer komt dat dan? Als 't weer lente wordt?"

Hoopvol en vertrouwend keek hij zijn vader aan....

Maar daar zag hij plotseling 't mannegezicht naast hem verduisteren. De diepe groef om den mond werd scherper en maakte het vriendelijke gezicht grimmig. En voordat vader iets gezegd had, wist Niekie 't al onherroepelijk, dat 't kindje niet kwam, dat 't kindje nooit zou komen, en onbewust haatte hij zijn moeder, omdat hij instinctief voelde dat het ook vader verdriet deed, en dat dit haar schuld was — alles — ook dat het kindje niet groeien zou.

Lang zwegen ze beiden, tornend met hun gedachten aan het zelfde, de man hard en aanklagend, de jongen tastend, niet begrijpend....

Dan, plotseling, klonk hard en verwijtend de jongensstem:

„Maar hoe komt het dan, vader, dat bij Kinny's moeder

Sluiten