Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE SCHIJNWERPER

Mevr. CARSTEN. Gaat Marcel weg, zeg je? Dat — och kom, jullie houdt me voor den mal. Ik heb nu juist alles in orde voor de tweede opvoering, die klinken zal als een klok.

JAN. Vandaag klinkt zijn doodsklok, Mama.

Mevr. CARSTEN (hoort het niet eens). Uitstekende krachten. Die hadden we direct moeten hebben. We zijn te

zuinig geweest. The fault of the Maar 't is nog niet

te laat. (Anton en Marcel op. Anton geeft Ellen een zoen. Mevr. Carsten druk pratend tot Meta, merkt scène Ellen— Marcel niet op).

MARCEL (resoluut naar Ellen gaand, nu oprecht). Ik heb slechte dingen gedaan, Ellen! Laat me je alles uitleggen (dan kijkt Ellen hem aan, bedroefd, maar nu verlost-vanhem. Hij zwijgt, met triest gebaar. Ellen wendt zich af).

Mevr. CARSTEN (van achtergrond). Marcel, kind, wat is er dan toch?

MARCEL (weemoedig, weer comediant). Er wordt aan mij getwijfeld, Mevrouw.

Mevr. CARSTEN. Schandelijk — er is natuurlijk weer gelasterd. De Braadtlandsche vreemdelingenhaat, (tot Jan) Dat is jouw werk! Marcel, ga toch niet weg (neemt hem mee naar 't midden van de kamer). Ik verklaar, ten aanhoore van ieder: Marcel is een prachtmensch. Als de wereld niet in hem gelooft, dan is de wereld slecht.

MARCEL. Helaas!

Mevr. CARSTEN. Maar jij, Marcel, hebt de kracht, haar goed te maken.

MARCEL. De waereld heeft het niet gewild.

Mevr. CARSTEN (speechend). Maar eens zal, stralend, toch je dag voor 't voetlicht treden. Achter de wolken schijnt toch de Vredeszon, die jij zal dwingen door te breken. Eens zal jij toonen wie je bent. Miskenning duurt niet eeuwig. De goddelijke waarheid zal triumpheeren op den vduur.

JAN. Maar eerlijk duurt zoo vrééselijk lang.

Mevr. CARSTEN (vernietigende blik op Jan). Jij hebt

Sluiten