Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KRONIEK VAN HET TOONEEL

niet is gespeeld.« Inderdaad, hier was iets, voor Nederland althans geheel nieuws. »The Beggars Oper« van John Gay den vriend van Jonathan Swift, is een spel met zang (opera is hier veel te weidsch) en wel een zeer burlesk, van bedelaai boeven en straatmeiden, en misschien ook wel voor hen. Terecht schreef regisseur-bewerker Defresne er van: »Het stuk is een zeldzaam mengelmoes van komische kracht er,> tragiek e toeschouwer wordt met bliksemsnelheid van het hmlen_ naar het lachen getrokken. Het is pathetisch ensentimenteel ileu genachtig en waar, het is alles tege ijkertijd maar onder t alles smeult een vonk van het straatleven, striemt de, hateh£heid van opstandige moraal, de bede om liefde en ^°«*^ Het is een groteske Moord van Raamsdonk, met geen o met allen inhoud net zooals men wil, om te lachen of om te huilen, ook net zooals men wil.« r,, nf

In vind dit de juiste karakteristiek De inhoud? Geen. Of, zoo men met alle geweld wik de strijd van den bedelaarsgildehoofdman Peachum en zijn vrouw tegen den »mooien KareU Mackie, moordenaar, inbreker en vrouwen-veroveraar en gewelderaanr. Tusschen hen beiden in de Sheriff, die zich door beiden laat omkoopen en dus in een moeilijk parket zit, maar die zich ten slotte tegen Mackie keert als hl, er achter is gekomen dat Mackie, die pas Peachum s dochter ontvoerd en zoogenaamd getrouwd heeft, ook zijn eigen dochter verleid heeft. Om deze twee partijen heen een bende bedelaars, moordenaars, boeven en straat-schorum. Een opera? Geen kwestie van. Er worden liedjes gezongen, geen aria s, liedjes met populairen deun en dreun, en nu en dan een koor, maar verder niet. De muziek, die Weill er bij gemaakt heeft, is die voor een Jazz-Band, waarin vooral saxophones (tenor-, sopraan- enbassaxophone) melodie inzetten en doorzetten, met wat blaasinstrumenten, banjo, piano, harmonium en trom. Ik heb altijd stierlijk het land gehad aan Jazz-muziek, maar deze heeft mij diep ontroerd, en nu en dan zelfs murw gemaakt. Het is een klagen, zingen, snerpen, huilen dat in de ziel dringt, en wonderwel past bij de sfeer van verwording, misdaad, moord en dierlijken zinnelust, die de overheerschende is. Het tragische heeft hier, zooals ik het voelde, meestal de overhand boven het komische, al heet het stuk een burleske. Misschien is het de schuld van deze de ziel stuk snerpende Jazz-muziek, die somtijds huilt als uit hellediepte, en die deunen en dreunen inzet — al direct bij het eerste liedje van een liereman — die u na afloop, op straat, nog vervolgen. Regie en expressionistisch typeringsgevoel hebben hier typen en maskers geschapen, die even fel als, somtijds, tragisch zijn. Kijk b.v. dien kop eens

Sluiten