Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WIND OP DE MOLENS

hoedeken tusschen zijn hand en met sleepende woorden sprak: — Goeien dag, Mamie, 'k was gekomen om u iets te zeggen....

Mamie zelf kon heur eigen niet tegenhouden en schoot in een lach.

Lotje, met heur deugniet-oogen onder de krullende lokken, wierp zich plots op Dries, stompte hem met heur vuistjes en riep:

— Eh wel! als ge daarvoor gekomen zijt, dan moet gij het ook aan ons zeggen....

Jooske profiteerde van den algemeenen harrewar om met koleire heur pop een schudding te geven als was 't een zak met loto's geweest. Bij eiken duw riep ze: stoute pop! leeelijke pop! zonder te willen zeggen wat de pop had gedaan. En het wilde Jooske zag dan plots den zakneusdoek met de paddestoelen onder den stoel:

— Oh! zie 'nen keer, Mamie, wat hij heeft meegebracht! 't Was een echtig komediespel.

Dries moest wel bekennen dat hij het vergeten had. Hij deed de knoopen los en de paddestoelen rolden over de tafel tusschen de schotels.

— Ze waren frisch van den regen als ik door het bosch kwam, zei hij.

— 't Is zoo, riep Mamie uit binst ze de vochtige geur inasemde, hij heeft ze geplukt nat van den regen: ze zijn versch alsof ze zoo uit den grond kwamen.

En ze draaide zich naar hem toe met een schoonen, rozen blos op de wangen. Dries voelde zich nog gelukkiger dan dat ze hem geluk had gewenscht voor 't gebeurde op de boot. Zijn zwijgzaamheid smolt weg en hij kon er niet mee uitscheiden te spreken van het bosch, van den regen die knisterde, van de blaren die een kraagsken van fijne heldere droppels aan hadden en hij zette zich op de knieën, hief voorzichtig het pak op.

Toen werd hij warelijk welsprekend: 't was of men zoo den regen zag vallen, Mamie die met een mespunt seffens doende was het teere vel der paddestoelen af te krabben, hield soms op om hem te bekijken.

Sluiten