Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WIND OP DE MOLENS.

een warme hartstocht, greep Dries den droeven vriend bij den arm :

—■ Trouw herte, 't zal niet .gezegd worden dat ik u liet lijden om wille van mij. We trekken elk van onzen kant. De jongen stak fier den kop omhoog.

— Samen zongen wij het lied van 't leven en de dood, sprak hij.

En met een gebaar als van een maaier de lucht doorklievend, wierp hij weer zijn helder refrein door het park: kling, klang!

— Vlaamsche dikkop! lachte Dries nu en met zijn vuisten hamerde hij hem op den rug.

De avond van bloed vloeide in hun lijf. Een reuk van vechtpartijen kittelde hun den neus. En malkander met de hand vasthoudend dansten ze een boerendans, stampten met de hielen op den grond. Zoo deden de Kerels ook op de avonden der mesgevechten, als ze uit hun bosschen kwamen.

Eens die sotternij voorbij, trokken ze naar 't dorp. Over zijn gordijn van gesnoeide linden keek de kerktoren met zijn ronde galmgaten naar de roze lichtvierkanten die de herbergramen op de straat neervlakten. lederen keer als er een deur sloeg, walmde er een lucht van tabak en bier open. Men hoorde de stemmen ronken, met nu en dan er eene boven uit, hoog en dun als van een ratel. Vuisten sloegen speelkaarten neer en de pinten beiaardden. Soms sloop Guide langs de vensters, keek door de heldere spleten onder de stores naar binnen. En nog had hij den man niet gezien dien hij zocht.

— 't Was toch zoo goed nevens de stoof bij Roozeke, kloeg Guide af en toe. Ze had heur hand in mijn hand gelegd en ze schreide. Toch moesten wij dan soms weer eens lachen. En nadien werden heur oogen weer nat.

Een schaduw gleed vluchtig voorbij het heldere vierkant. Zonder een kreet, met een lenigen sprong, schoot Guide weg. Bij den kerkhofmuur rolden twee lichamen, kop tegen kop geduwd, over den grond.

— Hebt gij 't gezegd! siste Guide.

Een stilte woog, heel den doodenakker daarnaast drukte.

Sluiten