Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WIND OP DE MOLENS.

zijn broodwinning ontnam. De boeren luisterden toe, koest, zwijgzaam en voorzichtig; ze waren te dicht bij de kerk om partij te durven kiezen. Na een wijlke begon de champetter, sterk en preutsch gespannen in zijn flesch-groene tuniek, hem harder te duwen. Hij was al een beetje in den wind, door de vijf glazekens jenever, die hij reeds had binnen geklokt. De wever deed twee stappen achteruit en kwam dan terug; zijn bleek gezicht van hongerlijden vlamde rood op de jukbeenderen. Hij zag Dries nader komen. Met woorden die malkander worgden vertelde hij hem de zaak. De pastoor was gaan klagen op 't gemeentehuis en nu verbood men hem den verkoop vóór de kerk.

En hij sprak maar aldoor van zijn acht kinderen, van 't jongste dat stierf zonder dat den doktoor kon gehaald worden en dat de week niet zou door doen. Zijn koleire was gevallen en hij snikte luidruchtig, plots heel en gansch nederig en zacht. De klok hield op met luiden; daar bleef niemand meer over op 't plein dan een beetje mannevolk, dat weten wou hoe Dries de zaak ging opnemen. Hij boog het hoofd, keek aandachtig naar den grond onder zijn voeten. Ook de anderen bogen den kop, probeerden te zien wat hij bekeek. En plechtig sprak hij dan:

— Ge kunt uwen voet op 't zaad zetten zooveel ge wilt, als de tijd gekomen is kiemt het toch.

Hij zei dat zooals hij 't gezegd had aan den Reiger en aan zoovele anderen, 't Was niets anders dan eenige woorden en nochtans het heele leven van de aarde en van de menschen was besloten in de manier, waarop hij deze eenvoudige waarheid uitdrukte. Dries draaide zelfs niet het hoofd naar zijnen kant en hjj voegde er aan toe:

— Wie met zijn handen den molen wil tegenhouden als de wind hem draaien doet, hij kome!

De boeren speekten eens traagzaam, lieten het kletsen op den grond, en ze verstonden wel dat dit sloeg op dezen, die partij trokken voor den kasteelheer en den pastoor. Allemaal kenden ze de geschiedenis op de boot. Ze zagen hem steeds met den zakdoek rood van bloed, sprekende tot de werklieden. Ze wisten dat ze op hem konden rekenen

Sluiten