Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OUD CHTNEK5CHE KUNST.

Zijn reeds in 1918 verschenen geschriftje „Het edele jade" besluit A. J. Kleykamp met deze woorden: „De Chineesche dichters geven den zoeten naam Jade aan de vrouw, die zij liefhebben. Is die steen niet de kostbaarste van alle edelsteenen, welke de dondergod van den regenboog heeft gehaald, om den bliksem te scheppen, waarmee hij de wolken doorklieft en die zichzelf op de aarde verbrijzelt?"

Van deze sublieme Chineesche gedachte, waarin mythisch verklaard wordt de hemelsche afkomst van het jade, is een der jaden vazen, die ik wil beschouwen, de welsprekende getuigenis.

Hoewel deze nephriet in de Chineesche inscriptie op den onderkant van den wigvormigen bodem wordt genoemd „Hanvaas", d. i. een urn der Han-periode (206 v. Chr. — 221 n. Chr.), is er weinig van den traditioneelen vaasvorm, zooals de vierzijdige „tsun" en de ronde „ku" in den monumentalen Chou-stijl dien toonen, aan dit machtig jaden kunstwerk te bemerken. Die oude vazen voor ritueel gebruik der Chou-dynastie (1122—255 v. Chr.) zijn in hun bouw van drie geledingen, voet, kapiteel en hals, zuiver geometrisch en vormen gedenkstukken van oud-Chineesche architectuur, waarin een klare kristallijnen gedachte streng in vormen wordt vertolkt, gelijk onvergankelijke wijsheid in eenige karakters diepzinnig werd omschreven door de groote Wijzen der Chou-periode, Laotse, Confucius en Mencius. *) Met dien wiskunstigen bouw maakt deze Hanvaas de sterkst-denkbare tegenstelling. Zijn vorm is geen kunst, maar natuur. Geen menschelijk overleg heeft dien vorm zoo bepaald, maar hij is geworden door het wentelen van den jaden steen in spoelend rivierwater. De eenige overeenkomst met een vaas is het hol-zijn. Doch op den eenen zijkant, den minst bultigen, gelegd, lijkt die holte wel een duistere grot in een rots, of de woest opengetrokken monsterbek van een gulzigen visch. De steen is zéér zuiver geslepen en uitgeboord, technisch volmaakt. En toch is

*) Zie: Henri Borel, „De Geest van China", „De Chineesche filosofie I en II", „Wijsheid en Schoonheid uit China".

i 6

Sluiten