Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN JUDITH

door

CORNELIS VETH.

Thou knowest that toads, and snakes, and loathy worms And venomous and malicious beasts, and boughs That bore ill berries in the woods, were ever An hindrance to my walks o'er the green world:

Zij was een meisje van vijftien jaar, maar niet, als sommige, reeds vrouw. Haar te ontmoeten: „fillette au corsage trop plat", zou een van de „ennuis" zijn geweest van den goeden monnik-minstreel van Montaudon, Er waren zoutvaatjes onder aan haar hals, armen en beenen waren lang, en rechttoe rechtaan. Ook de neus in het wat magere gezicht deed dun en lang. Het dunne haar hing te schraaltjes, te armelijk in een strik op haar rug. Zij was geen weeldekind, deze oudste dochter uit een groot gezin, met een vader op kantoor, en een moeder die een sigarenwinkeltje te bedienen had, en zij hoedde al van klein kind aan de kleineren.

Cathrien's oogen evenwel waren een schoonheid; groot, onder zeer donkere wimpers en met die pathetische diepte van blauw, die vaak van hoofdpijnen schijnt te spreken. De

n 1

Sluiten