Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

142

HINRI BOREL.

gehaald en de Chineezen in hun Nieuwej aars-vreugde door die politie brutaal werden gestoord, manifesteerde de Chineesche gemeente hiertegen hun protest door alle winkels te sluiten, zoodat de handel stil stond. Deze winkelsluiting was niets dan een volkomen wettig middel om van de Regeering een onderzoek uit te lokken naar de ontactvolle, tirannieke terreur der politie, maar werd door het Bestuur voorgesteld als een revolutionair relletje van onruststokers, omdat het Bestuur vreesde, dat de politioneele wantoestanden anders aan 't licht zouden komen.

Toen, desgevraagd de heer Borel over deze winkelsluiting geheel en enkel naar waarheid een rapport indiende, dat blijkbaar geheel tegengesteld was aan dat van den resident, die den waren toestand verbloemde, was het resultaat natuurlijk weer overplaatsing, ditmaal naar Makassar. Inmiddels had hij in den zomer van 1911 twee artikelen geplaatst in De Gids, „De Nieuwe Banen der Sinologie", waarin hij een geheel nieuwe richting der Sinologie aangaf, en op groote gebreken had gewezen van het Sinologische werk van Prof. Dr. J. J. M. de Groot, den Leidschen Hoogleeraar in de Chineesche Taal en Letteren. Deze artikelen haalden hem het misnoegen en den haat van Prof. de Groot op den hals, die voortaan al het mogelijke deed, de Leidsche Faculteit tegen hem in te nemen en een eventueele carrière te Leiden voor hem onmogelijk te maken.

De heer Borel wachtte te Makassar nu kalm de enkele maanden af die nog moesten verloopen voor hij recht had op verlof wegens langdurigen dienst en vertrok toen in Januari 1913 met verlof naar Nederland, niet van plan ooit weer in Indischen dienst terug te keeren, zoolang hij geen volledig redres had gekregen. Toen dit na 3 jaar nog steeds niet volgde, wist hij, door een ongeval met zijn linker oog, eervol ontslag uit den dienst wegens ziekte, te verkrijgen.

Na toen een jaar Tooneel-chroniqueur aan De Amsterdammer te zijn geweest, werd hij 1 November 1916 criticus voor tooneel en letteren aan het Vaderland. In dien tusschentijd schreef hij nog zijn boek „De Geest van China".

Sluiten