Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

152

WIND OP DE MOLENS.

een beetje meer zien van het schoone, roze vleesch van heur armen en heur vranke lach was in heur mollig gezicht open als een spon. Soms dronk Dries een glas in eenen teur leeg, het hoofd achterover tusschen de schouders. Dolf, met ooren rood als vuur, vergat zijn biekorven, zei dat hij nog nooit zoo'n smakelijk vrouwkens-schepsel had gezien. Zijn mond bleef half open hangen als de mosselen in de kom. En nadat ze een beetje bekomen waren, pakten ze de schotel gebakken pladijs aan door de baezin opgediend. Dolf riskeerde het heure hand te grijpen en binst hij in het dikke vleesch neep dat de vingeren ompensde voelde hij het koude goud van heuren trouwring. Ach! peinsde hij vol verlangen, misschien is ze getrouwd met den man die daar straks met heur te lachen zat in de keuken. Dries, vóór de gouden visschen die purper en koper omkorst waren, dacht aan de rosse Allerheiligen-pannekoeken thuis. De boter spierste bij eiken beet. Hij alleen speelde de twee derde van den schotel binnen. Dolf had zijn maagstreek betast en voelde ze al te zeer gezwollen onder zijn vingeren. Een magere hond van de straat vrat tusschen hun beenen de vischgraten op.

De sappige baezin kwam een laatste keer aan heure tafel, heur zware oogen die waren van een pruimblauw met titskes goud erin als onder den steek van een wesp, zwommen in versmachting. Dries had wel geerne de heele spin leeggeeten van deze gasterij der zeven hoofdzonden om zijn oogen nog langer te verheugen aan dit bloemige vleesch. Maar zijn appetijt begon te kwijnen. En nederig vroeg hij naar kaas. De bol Hollandsche kaas verscheen en in zijn roze korst spleette een breede wonde als de gele lach van een volle maan. Thans rolde de dikke vrouw deugdzaam heur mouwen naar beneden en ging in de keuken zitten lachen met den man dien men niet zag. Dolf zat daar te broeden op het nutteloos vuur van zijn ontucht. En nadat ze 't gelag hadden betaald, stapten ze alle twee op. Hoe is 't mogelijk, peinsde Dries beschaamd, dat 'k naar zoo'n kermispop heb kunnen kijken als 't beeld van mijn zuivere

Sluiten