Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WIND OP DE MOLENS.

153

en lieve Mamie gestadig in mij moest zijn, levend en schitterend als het kleine godslampken vóór een tabernakel.

— Als 't u blieft, Dries, sprak Dolf, zullen we langs deze kaai gaan. Zoo komen wij gauw straat in straat uit op 't Begijnhof waar mijn jongste zuster, onze Godelieve, mij wacht. Moeder heeft heur geschreven.

In 't voorbijgaan ging hij een pottekeswinkel binnen en nam van de koopvrouw een bestelling aan. Het motregende weer, fijn als de draad dien de kantwerksters, gezeten achter hun vensterkens met het kussen op de knie, tusschen hun palmenhouten vingeren afwinden van hun bobijntjes. Men hoorde hem knetteren tegen de lanteernen die aan kettingen vóór de straat-hoek Lieve-Vrouwkens hangen, In traag getraan leekte hij van het naakte vleesch der Ecce Homo's die te beven stonden achter 't koor van kerken en kapellen. Kapmantels schoven op kleine stapkens voorbij. Uit de diepte van nauwe steegjes kwamen er arme gezichten van ellende en ze waren wit als de dood na het sacrament, Druipneuzende kinderkens, springend op hun kloefkens, stonden zich aan de bakkerswinkels te verbazen vóór de spekulatie-venten die zóó uit den oven waren gekomen. Steeds klepte er ievers een klok, een oude, struikelende klok lijk een godshuisvrouwken dat loopt op krukken.

Ze gingen de Begijnhofpoort onderdoor. Een gepleister van witte muren, met, onder beeldjes van heiligen en maagden, gejudasvensterde deuren erin, zoomde een plaveisel zonder gras tusschen de steenen. 't Was, in 't leven van dit stadskwartier, een sluimerende eenzaamheid van kleine, lage, groen-beluikte huizekens gelegen achter straatmuren, met een hofken ervoor van palmenhouten kegels die draaiden rond een graspleintje waarop wat waschgoed te bleeken lag. Soms klepte er een deur open en een begijntje, begeleid door geklir van paternosterbollen, trippelde naar de kapel toe. Andere, met de handen gekruist boven den buik, stonden ondanks den regen op een straathoek geheimzinnig te klappen, spraken met heiligheid kwaad; hun stemmen lispelden als water dat vloeit. Een kronkel rook vlaagde naar beneden over de oude daken met hun gekapte dak-

Sluiten