Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEEL OVERZICHT.

171

zijn, door de Liefde betooverd, de beschuldigingen zelf geuit heeft. De liefde is in haar aan het tooveren geweest.

Lenormand haalt er nog een oude heks bij, om de siniestere sfeer wat aan te dikken.

Marguerite Jamois, een tooneelkunstenares van zeldzaam intuïtieve gave, die thans op jeugdigen leeftijd reeds is wat Tilly Lus misschien had kunnen worden als Cor Ruys haar niet jaar in jaar uit op den achtergrond had gehouden, heeft de rol van Beatrice bewonderenswaardig goed gespeeld, in alle gespannen nervositeit en door duistere machten doorsidderde foltering, maar toch is door dit spel aangetoond, dat zulke dingen niet op het tooneel thuis behooren, maar in de psychopathische kliniek. Het was huiverig angstig en bijna ondoenlijk om dit steunende, hijgende, gekwelde medium aan te zien, dat op een pijnbank scheen te liggen. Neen, zulke griezeligheden hooren hoogstens in een Grand Guignol theater thuis.

Een tweede evenement op tooneelgebied was de opvoering van Henri Ghéon's Genesius (Le Comèdien et le Grace) door het Vereenigd Tooneel. Hier was nu eindelijk weer eens een stuk van hoogere waarde, waarin het om belangrijke dingen van geestelijke waarde gaat. Het speelt in den tijd van keizer Diocletianus, in Nicomedië.

Deze keizer, geraffineerd aestheet en levensgenieter, heeft zijn lievelings tooneelspeler Genesius opgedragen, de hoofdrol te vervullen in een op zijn bestelling geschreven tooneelstuk, waarvan de Christen-martelaar Adrianus de held is. (Over de onwaarschijnlijkheid hiervan, daar Diocletianus een verwoed Christen-vervolger was, zal ik het maar niet hebben.) Genesius heeft een afkeer tegen de Christenen, waarom, als ernstig kunstenaar, de rol goed te kunnen spelen, probeert hij zich in de rol van Adrianus, al is deze hem nog zoo hatelijk, in te leven. Hij zoekt daarom allerlei documenten en gegevens, leest verklaringen van Adrianus uit diens verhoor voor den recher, laat zijn eigen broeder Felix komen, die Christen geworden is, en tracht zóó zich in een Christen-martelaar in te leven. Door het wonder der Genade maakt de rol zich zóó van hem meester, dat hij haar niet meer speelt, maar zelf wordt, hij stelt niet meer Adrianus vóór ten laatste, maar is zelf als hij geworden. Als het stuk wordt opgevoerd en de keizer hem geestdriftig toejuicht om wat deze zijn spel denkt, roept Genesius uit, dat hij niet Adrianus is maar Genesius zélf, die Christen is geworden, en eischt hij den marteldood als Christen op. Een jonge tooneelspeelster, Albine, die óók Christen is geworden, en hem met een hemelsche liefde onaardsch liefheeft, volgt hem in den dood, en ook de tooneelspeelster Poppeia, Diocletianus' maitresse, die

Sluiten