Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BEELDENDE KUNST.

175

het succes behaalden, waarop hun talent hen recht gaf, zonder dat altijd reclame de derde factor behoefde te zijn bij het bereiken van dat voordeelige resultaat. De geest waardoor het aanzienlijk aantal onbekende jongeren van dit jaar zich onderscheidt, is er dunkt mij, een van originaliteit, van durf, van onafhankelijkheid, in den zin die de stichters van dit kunstgenootschap in 1884 kenmerkte, toen zich een krachtig, meer of min onbesuisd, maar weloverlegd en loffelijk streven, naar reactie uitte tegen de officieele Salons. Wat er van hen, dus van de uitra-moderne richting, worden moet, zal later blijken — meer dan goede verwachtingen verwekken zij niet.

Te midden dier meerderheid vinden wij vele goede bekenden van vorige jaren weer, en onder dezen herkende ik met bijzonder genoegen een hier reeds lang ingeburgerde Hollandsche schilderes, die nu al voor een vierde of vijfde maal een plaats te midden der onafhankelijken inneemt, waar zij telkenmale zich gunstig van hare omgeving onderscheidde. Dat zij dit nu ook doet — met een paar mooie schilderijen, waarin zich haar liefde voor natuuropenbaringen ten volle uitspreekt: een zeegezicht bij Cherbourg en een landschap bij Valmondois — behoeft voor mevrouw Guus van Dongen geen reden tot verhoovaardiging te zijn; zelfs de meest driesten rondom haar geven blijk, dat het hen aan de deugdelijke opleiding tot hun kunst — zonder welke geen artist het stellen kan — ontbreekt. Onze landgenoote echter — niemand minder dan de echtgenoote van den tot vermaardheid geraakten Kees van Dongen — heeft die voorbereiding wèl genoten en toont dat in haar werk. Zij is schilderes uit natuurlijken aanleg; zij werd artiste door haar aangeboren talent tot ontwikkeling te brengen, dank zij het voortreffelijk onderwijs aan de Akademie van Beeldende Kunst te Rotterdam, waar zij zes jaren lang de leerlinge van den schilder Striening en van den teekenaar Maasdijk was. En toen zij later, in 1899, naar Parijs was gekomen, heeft zij hier nog aan een vrije akademie groot profijt getrokken van het uitnemend onderwijs van Whistier en tegelijk van de kameraadschappelijke terechtwijzingen van Govaerts.

Zoo deugdelijk gewapend, kon toen Guusje Preitinger zich dapper aan het werk zetten Zij verlangde niets liever, maar er

viel niet aan te denken; helaas voor haar kunst, helaas ook voor

haar zelve Zij was intusschen getrouwd met haar ouderen

medeleerling van de Rotterdamsche Akademie, Kees van Dongen, die reeds een paar jaren te voren hierheen was gekomen; «n nu maakten de zorgen voor het dagelijksche leven, welks bronnen allesbehalve ruim vloeiden, en voor het gezin, waar weldra een klein Guusje beslag legde op alle oogenblikken die

Sluiten