Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KRONIEK.

191

delde stof. Ook in „Het slapende Huis" zijn de sociale verhoudingen in den scherpen vorm der schreeuwende tegenstellingen, binnengedrongen. „Het slapende Huis" heeft Titia Gorter gaaf verteld, in rustig loopend proza. Met vier houtsneden van Joris Minne -— waarvan de eerste de minste en de laatste de beste is — werd dit boekje in een teer roomkleurig bandje met een ranke gouden letter en afgesloten door een zwarten rand, in het licht gegeven. Om te zien, een boekje met cachet, maar ook de inhoud is ongewoon, hij draagt, om te beginnen, den stempel van het meesterschap. Camille Lemonnier is een meester in de kunst van vertellen, dat heeft hij reeds lang in zijn grooter werk bewezen.

Nu komt hij met een verhaal, dat de lengte van een novelle heeft en hij vertelt dingen die nu eens niet reeds lang door alle Vlaamsche schrijvers in hun boeken met eentonige gelijkvormigheid zijn te berde gebracht. Hij is wel de schrijver bij uitnemendheid van het intieme leven, van het leven in rustige binnenhuizen achter horretjes en half gesloten blinden, van het leven in heele kleine stadjes, waar de straten zoo netjes en zoo stil zijn, of het er iederen dag Zondag is.

„Het slapende huis" is het huis van Jasper Joost, een goedig renteniertje, dat z'n geld van z'n vader geërfd heeft. Hij woonde knusjes, tevree, met Josina, z'n vrouw, 'n verwend renteniersvrouwtje, dat kopjes thee met beschuitjes 's morgens op bed krijgt en dat op zijden muiltjes nutteloos ronddribbelt door de kamers, waar elk ding z'n vaste plaats heeft. Het was er zoo rustig en 't was toch zoo'n innig lieve omgeving. Maar, zie, daar opeens, werd Jasper Joost, dat zelfvoldane renteniertje, door de gedachte van het sociale onrecht besprongen. Hij heeft opeens begrepen, dat de rijke deel heeft aan de rampen der wereld. In het knusse geluk van een zorgeloos binnenhuisleven kan hij geen vrede meer vinden, zijn ziel was nederig geworden en vreesachtig als de ziel van een man, die iets op zijn geweten heeft.... Dit verwende renteniertje was een gevoelig mensch gebleven. Als hij warm onder de donzen dekens lag, dacht hij

Sluiten