Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VEERSCHE HEKS.

waarts gekeerd en geen gerucht werd buiten Veere vernomen.

Geertruyd was den dijk langs geloopen. In den avondschemer wilde ze Gabriël ontmoeten, met hem in den Zeeuwschen avond spreken van vergane tijden en van de stralende toekomst, waarin zij ondanks alles gelooven bleef met opperste overtuiging.

't Duurde niet lang, of in de verte ontwaarde ze een ruiter, 't Ros, door een stofwolk omgeven, scheen over den weg te vliegen en niet voordat hij bij Geertruyd was, hield de ruiter zijn paard in. 't Was van Abeele, maar van zijn vroegeren zwier was weinig te bespeuren. Verwrongen was zijn vaal gelaat en hij kreunde van den wilden, langen, vermoeienden rit.

Ze staarde hem angstig aan:

„Gabriël...."

„Vooruit," reutelde hij woest, „vooruit, Geertruyd, naar huis! 't Gaat om mijn huid! 't Gaat om mijn huid! 'k Heb nog een uur. Dan moet ik weg zijn, de zee op!"

Weer stamelde ze:

„Gabriël...."

„Ik moet vluchten, liefste," begon hij, wat kalmer. „Gisteren ben ik uit mijn huis gelicht in naam van de Inquisitie, de heilige Inquisitie." Hij lachte grommend, ,,'t Heet, dat ik de oude leer en koning Filips ontrouw ben geworden. Maar 't zal hun tegenvallen! Ze hebben vanmorgen de kooi leeggevonden en vooralsnog staat mijn kop op mijn schouders." Weer knorde zijn lach. „Maar nu moet ik voort, Geertruyd; vanavond zullen er wel schepen uitgaan naar Schotland. Dan moet ik mede. Maar eerst wilde ik jou nog zien, van jou afscheid nemen, totdat...."

Geertruyd sprak niet. Ineen tot gruis was haar schoon droombeeld gevallen. Was niet haar bruidegom, die nog naast haar stond, thans een vervolgde, een vogelvrije? Was niet bijna zijn hoofd den henker toegewezen en zouden welhaast niet de brakken het wild op 't spoor zijn? Zou ze gerust kunnen wezen, alvorens zij het schip, waarmede

Sluiten