Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VEERSCHE HEKS.

De heks had bekend. Kellenbach en Migrode aarzelden niet het der vergadering mede te deelen. Veel discussie was niet noodig. Vóór het verhoor van Geertruyd was Aachtken ter vergadering geconvoceerd. Strompelend was zij binnengekomen en had in verward verhalen gewaagd van het tafereel op den dijk, waarvan zij oor- en ooggetuige was geweest, die bijeenkomst, waaromtrent Geertruyd zoo geheimzinnig was geweest en die haar, Aachtken, zooveel rampspoed had gebracht. En Aachten was weggestrompeld uit de vergaderzaal en van de hooge raadhuisstoep afgedaald onder 't medelijdend gemurmel der Verenaars, die voor 't Stadhuis den geheelen nacht en des daags verzameld waren.

Geertruyd werd weer binnengeleid. Adolf van Fontes knikte Jan van Migrode toe. Deze stond op.

„Zwarte Geertruyd, erken je, op den Arnemuidenschen dijk samen te zijn geweest met — hij kruiste zich, alvorens hij de aanduiding over zijn lippen deed komen — den viant, genaamd Heyne? Dat je hem, God uwen Heer verzakend, je ziel hebt overgegeven en als bewijs daarvan een streng haar hebt afgesneden en hem overhandigd?"

Geertruyd knikte. Voortdurend drong het bloed haar in neus en mond en benauwde haar met grooter smart dan hare wonden haar berokkenden. De dood door de vlammen leek haar een verlossing, die al te lang uitbleef. Ze rilde in 't onverwarmde vertrek en dacht haars ondanks aan het vuur, dat haar wel spoedig wachten zou. Verschrikken deed de gedachte haar niet, na het doorstaan der geleden kwelling.

„Zwarte Geertruyd," ging Jan van Migrode voort, „erken je, dat.... Heyne je een zalve heeft verstrekt tot kwelling van je evenmenschen en dat je die zalve hebt gestreken op de heup van Aachtken, zoodat zij kreupel werd en hoe je boos oog oorzaak is geweest van den dood van mensch en dier in deze goede stad? Dat verder Heynke je dezen nacht bezocht heeft als een man zijn wijf en je de smarten der tortuur niet heeft doen gevoelen voor de tuchtiging met de roeden?"

Sluiten