Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEEL OVERZICHT

door HENRI BOREL.

In het programma van het tooneelstuk van Alie Smeding „Het Prinsesje van het Groene Eiland", staat te lezen: „Wat wij eigenlijk nog niet hadden, ondanks tal van geslaagde proeven van Nederlandsche tooneelschrijfkunst, een echt Nationaal stuk, heeft Alie Smeding ons gegeven."

Men is geneigd te vragen: Wel eens van Herman Heijermans gehoord, en van zijn „Op Hoop van Zegen"?

Evenals Heijermans' zoo echt nationaal stuk, speelt dat van Alie Smeding onder visschers, dit keer echter onder visschers van Marken, het „Groene Eiland". Het is echter veel minder sterk geschreven en veel minder dramatisch. Dat Alie Smeding, die in Enkhuizen woonde, de Marker visschers en Marken goed kent, wil ik gaarne aannemen, maar daaruit volgt nog niet, dat zij ook een goed tooneelstuk kan schrijven.

De naam „Het Prinsesje" is al van een romantiek, die weinig overeenstemt met de „diepe waarachtigheid", welke in het programma aan het stuk wordt toegeschreven, en inderdaad is deze romanheldin, die den echt Markernaam Wolmet draagt, meer Markerin door haar naam dan door haar wezen. Dit eenvoudig visscherskind, dat eerder op een Haagsch modemeisje lijkt in haar innerlijk, voelt zich namelijk miskend en verlaten in haar milieu, en uit dat in litteraire taal, die eerder in een Couperusroman dan in een tooneelstuk thuisbehoort. Zij verlangt naar teederheid, prettige waarnemingen, muziek, amusement, de wereld zien, enz. enz., en beklaagt zich over de leegte en stille verlatenheid van het eiland, in zulke bewoordingen, zooals een litterair aangelegd stadskind het zou doen, maar geen visschersmeisje.

Haar vader is een geldgierige vrek, die aast op fooien en afzetterij van vreemdelingen en als hij Wolmet ruw beveelt wat toeschietelijker te zijn tegen vreemdelingen, die haar om haar lief gezichtje aanhalen, volgt er een ruzie, waarna zij wegvlucht naar een jacht, waar een rijke stedeling, Guus Haagens, haar wacht....

Sluiten