Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEEL OVERZICHT.

de Santis, maar, zich in het donker van den nacht in de kamer van het hotel vergissend, in het slaapvertrek terecht komt van Anina, de verloofde van Andreas Bassy. Anina wordt dadelijk zóó door hem bekoord, dat zij voor hem bezwijkt en in liefde voor hem ontbrandt.

De merkwaardige kwestie of nu Anina bedrogen is, dan wel Flamina, dan wel Casanova zelf, geeft hier aanleiding tot eene verwikkeling, in 3 bedrijven, waarvan het einde is, dat Casanova's vroegere liefde, de danseres Theresa, die hem eerst verlaten had, hem uit de moeilijke positie tusschen de twee vrouwen op 't onverwachtst komt redden door hem weer in de armen te vliegen en mede te nemen.

De regisseur is er voor een groot deel in geslaagd, dit stuk in den goeden, en dat is hier lichtelijk (maar vooral niet al te veel) pikanten, eleganten, hoofschen, 18e eeuwschen toon te houden. De zorgvuldige aankleeding en fraaie, kleurige costumes gaven er teivsns de noodige bekoring aan. Rie Gilhuys als Anina, haar hinderlijke gewoonte van met den hals werken hier bijna geheel afleggend, verraste ditmaal door goed spel, door goed psychologisch weer te geven in de le acte de verwondering van een vrouw, die zelf niet begrijpt hoe de liefde over haar gekomen is, en haar belijdenis aan Andreas was werkelijk zeer mooi. Anton Roemer was als de Santis een prachtfiguur in het gebeuren, en zijn verhaal over het tegenhouden van Casanova in zijn rijtuig was een meesterstukje. Reule gaf al wat hij bezat aan zwier en galanterie aan de rol van Casanova, maar de allesoverwinnende, onweerstaanbare charme van dezen vrouwenveroveraar vermocht hij toch evenmin van zich te doen uitstralen als Jan Musch indertijd in Maurits Wagenvoort's Cassanova-blijspel.

Hèt groote tooneel-evenement van deze maand, dat nog steeds aan den gang is nu ik dit Overzicht aan het schrijven ben, is de komst van het Moskouer Künstler Theater, oorspronkelijk onder directie en regie van Stanislawski. Na de invoering van het Sovjet-régime in Rusland heeft een groep, die zich daarmede niet vereenigen kon, afgescheiden van Stanislawski's Moskousche gezelschap — echter steeds vol vereering en vriendschap blijvende voor den Meester — en is naar Praag uitgeweken, waar deze kunstenaars drie jaren lang van de Tsjechische Regeering een subsidie hebben genoten. Daarna zijn zij de wereld ingetrokken en hebben overal, in Duitschland, Denemarken, Engeland, Polen, waar al niet, en 't laatst in Frankrijk hun groote kunst gebracht.

Ik heb thans twee opvoeringen van hun gezien, „Armoede is geen Schande", van Ostrovsky en „De Kersentuin", van

Sluiten