Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN 'S LEVENS POËZIE.

Maar dit verschijnsel was hij toch nog niet tegen gekomen. Loeki stelde Bob voor aan den dichter.

„Buitengewoon hoogst origineel werkelijk nog

nooit zooiets gehoord!" verzekerde Bob, terwijl hij de slappe witte hand van den dichter stevig schudde.

„Je zult het wel niet dadelijk allemaal begrijpen"

haastte Loeki zich te verklaren, hetgeen Bob volmondig moest toestemmen.

Toen Bob zich dien avond naar de vergadering van de tennisclub begaf, keek hij met een knipoogje naar de bleeke maansikkel.

Kom — o kom — declameerde hij,

Schei uit — schei uit —

Ik wil

Jij wilt —

Hij wil —

Zij wil —

Hoe wordt een man — Zoo driekwart dol — O dol — o dol — O man hou op —

Mijn kop — mijn kop

Brrrrrrrrrrrr....

„Ik kan het ook!" dacht hij voldaan.

„Nooit geweten, dat er een dichter in me school! Wie weet wat het oplevert!"

Toen hij den avond thuis kwam en in den achtertuin zijn fiets in de schuur bracht, zag hij in het huis er naast Loeki voor het open keukenraam staan.

„Hallo Loek! — Is je dichter weg?

„Zeg, verdient hij heusch geld met dat — hm — met die gedichten?"

„Geld is niet alles in de wereld", sprak Loeki droomerig. ..Zeg, wat heb je, je ziet er zoo moe uit?" vorschte Bob, waarop hem verzocht werd zich met zich zelf te bemoeien.

Sluiten