Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DB DROOM EN HET LEVEN.

die als verborgen tranen achterhielden, naar de roerlooze lucht.

„Dit was toch een mooie dag — onze dag —" „Het was een droom...."

„Maar die terugkeeren zal. We hebben nu toch immers elkander. De lange dagen die komen.... die.... maar elke dag is er een en ik móét immers naar huis."

En zij hief met een energiek gebaar haar hoofd op:

„Ja zeker.... je moet."

(Wordt vervolgd)

Sluiten