Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WIND OP DE MOLENS.

lucht van nat roet. Hij luisterde naar 't kletteren van den regen op de ruiten. Zijn gedachten waren aleven nevelig als de regen. Hij dierf er niet toe overgaan de oogen heelemaal open te doen; hij wist dat daar op een stoel het schort lag, gekocht om er mee te gaan werken bij den schrijnwerker. Ja, alles wel bekeken, peinsde hij, is 't een slechten tijd om aan 't werk te gaan. Daar zijn maar zes dagen niet meer tot 't ende van het jaar. 't Ware beter met het nieuwjaar te beginnen. Hij geeuwde een keer, dook terug onder de lakens, verlicht.

Een scherpe stem raspte plots door de stilte van het traphuis. Van onder aan de trap riep de meid dat er een vent van de kleine pachthoefkens gekomen was. Begod! Zouden ze hem dan nooit gerust laten. Alle dagen tegenwoordig kwam er de eene of de andere. Al tegenstribbelend stond hij op, zijn bloote voeten pletsten op den grond, hij was toch een beetje beschaamd zóó lang tusschen de dekens te zijn gebleven.

De man, een oud boerken, met beenderen scherp als eggepunten, zat bij het vuur in de keuken, met de groote vereelte handen op de knieën, roereloos te wachten. En zijn oogen stonden aldoor naar den regen die over de kleine ruitjes scheerde, oogen die de kleur hadden van dén regen en zonder blik waren.

— Toone Boontje, he?

Dezen had men altijd Boontje genoemd. De boer stond recht zonder zijn klak af te doen; ze was als vastgevroren op den punt van zijnen kalen kop, tusschen zijn twee groote ooren: een boer uit de Vlaanderen doet nooit zijn klak af. De oogen neergeslagen, met kleine woord-buien, begon hij 't geval uiteen te doen. Hij had een veld in pacht. Al achten-dertig jaar beboerde hij het. Dat veld was op den duur geworden als een stuk van zijn vleesch. Een peerd had er niet zorgelijker kunnen op labeuren, Hij en de zijnen zweetten water en bloed om op Sinte-Mcrtens-dag de pacht te kunnen betalen, Nooit had hij 't gezicht van den eigenaar gezien, een rijke vent, die zijn heele leven verreisde, 't Was de notaris, die t' ende van elk jaar, de kwitantie gaf.

Sluiten