Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERZEN.

DE WINST, i.

Maar dit zal altijd zijn mijn on-vervreemdbaar eigen:

't gebaar waarmee uw hand de stilte brak

en na een leven van beklemmend zwijgen

de woorden, die ge spraakt, aanvankelijk nog zwak

maar allengs vaster en ten langen leste

zeker en onverwinbaar als de on-ontkoomb're dood —

en daarna niets meer als een diep en groot

berusten, d'uit-eindelijke vrede, die ons restte.

II.

Een nieuw geluk heeft deze oogen ingenomen, een witte vrede bloeit over het schuldig hoofd. Zie, die ons in den droom werd toe-beloofd heeft niet geaarzeld overdag te komen, maar zij bracht mede een dieper vreezen, een schaduw, die haar volgde langs het pad — zal ik, die zooveel liefde waardeloos bezat, haar liefde eenmaal waardig wezen?

Sluiten