Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONE EL-OVERZICHT,

reddingsjacht verschenen is, in genade als wettig echtgenoot te worden aangenomen. Het stuk is vrij kinderachtig en onbeholpen, en steekt ongunstig af bij een ander stuk, eenige jaren geleden gespeeld, het Onbewoonde Eiland, van James Barrie, waarin óók een reisgezelschap op een eiland terecht komt en waarin het niet de knecht, maar de butler is, die er de mooie rol in speelt, en ver boven zijn hooge soeiety-meester blijkt uit te steken. Onbegrijpelijkerwijze heeft indertijd dit alleraardigste blijspel niet het succes gehad, dat het stellig verdiende.

Het Nieuwe Rotterdamsche Tooneel kwam met een diervenklucht in 3 bedrijven van Ralph Roberts en1 Arthur Sandbergen. Inbraak, dat op een hoogst origineel idee kan bogen1, namelijk de oprichting van een instelling D. W. E. (De Wettige Eigenaar), die zich ten doel stelt, bij inbraak gestolen kostbaarheden aan den wettigen eigenaar terug te geven. Het origineele er van is namelijk, dat deze instelling, om aan een flinken omzet te komen, zelf de inbraken en diefstallen organiseert en als Directeur dan ook een matador inbreker heeft, die sedert jaren door de politie wordt gezocht en bij zijn kornuiten Prins Bluff heet. Natuurlijk is dit D. W. E.-instituut een hatelijke concurrent voor de politioneele recherche, tot wie niemand zich meer wendt omdat zij toch nooit gestolen voorwerpen terug kan bezorgen, en het einde is dan ook, dat aan den Directeur, die niemand anders is dan de lang gezochte inbreker Prins Bluff, bet baantje; van Commissaris van Politie wordt aangeboden! In die functie tnoea hij echter een ouden boeven-kornuit verhooren, dien hij zelf tot een ibraak heeft aangezet, maar die gesnapt is en de scène, waarin dat onderzoek plaats heeft, is een allerkoddigste parodie op politie-verhooren in 't algemeen.

Als ik nu onder het schrijven niet het gevoel heb, aan een Tooneel-Overzicht bezig te zijn, maar aan een bespreking van amusements detectivelectuur karakteriseert dit treffend juist het karakter van een groot deel van het tegenwoordige tooneelrepertoire. Het laatste stuk van Jan Feith, „Het Bezeten Huis", waarover ik het onlangs terloops had, is eigenlijk bedoeld als een parodie op dergelijke stukken. Het hangt aan alkaar van nonsens en goedkoope romantiek en verrassings-trucs en inbraak-motieven, terwijl de detective er in, en vooral zijn methoden van onderzoek er niet zuinig en belachelijk worden gemaakt.

Een ander tooneelmode-verschijnsel, waarop wel eens de aandacht mag worden gevestigd, is het zich op het tooneel zelf doen ontwikkelen aan een stuk, dat dan op de planken voor de oogen en ooren van den toeschouwer wordt opgebouwd. Er

Sluiten