Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SPEL.

hèm.... En waarom om hem? Wat veronderstelde hij?.... Hij bezag haar half van hem weggewend gezichtje met het bruine harengewuif boven de donkerte der wegturende oogen en den altijd wat neergebogen mond. En hij dacht opeens aan dien morgen, aan het ontbijt, hoe hij haar toen gezien had. Hij deed een trek aan zijn cigaret zonder de oogen van haar af te wenden. Gek, borg dan elke vrouw iets van een raadsel, zelfs zulk een eenvoudig schepseltje?

Nu voelde zij zijn onafgebroken kijken; langzaam keerde zij het gezicht naar hem toe en zij glimlachte zwijgend. Het was een wonderlijke schaamachtige, hulpelooze kinderglimlach, vol zachtheid en nauw-verholen warmte. Een verwarring trok door hem heen en remde zijn gedachten als het plotseling aanschouwen van iets gansch onverwachts. Van den horizon kwam een windvleug aangesuizeld, koeler nu de zon verdween. Hij zag haar huiveren, even, in het dunne zomerjaponnetje. „Krijg je 't koud?" vroeg hij. „Je hadt ook een mantel moeten meenemen.... 't Is dom van me, dat ik daar niet aan gedacht heb!"

„O nee!" zei ze, met een vreemd-ijle, verre stem. En weer rilde een huivering over haar huid, van ontroering om de zachte zorg in zijn stem.

„Nu is 't gedaan...." fluisterde ze en zuchtte nauwhoorbaar. De laatste glimp van de vurige zonneschijf was achter den horizon weggezonken, de vlammend-roode en purperen gloeden waren als ros-heete damp boven een vuur dat geblusch wordt; de eerste grijsheid leek al aan te sluipen door de donkere aardkuilen.

„Wat zeg je dat plechtstatig!" lachte Jules. Maar er was geen zweem van zijn gewone spotachtigheid om zijn mond.

Maar Janne moest er zelf om lachen, helder en onbevangen. „Ja hè zoo alsof er iemand was dood

gegaan...." Plotseling veranderde haar gezicht weer. „... .Een beetje is 't ook wel zoo.... de dag die gestorven is...." Ze schrok er bijna van.... zoo aanstellerig klonk 't.... of ze nou 's heel mooi iets had willen zeggen....

Sluiten