Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SPEL.

een te diepen slaap ontwaakt. Nee.... of zij van verre kwam.... waar kwam zij vandaan.... wat was er met haar.... ?

Zij staarde naar Jules, die van haar teruggetreden, met een onwillekeurige beweging over zijn haar streek. Er was niets meer over in zijn gezicht van dat wonderlijke, dat zij er een oogenblik geleden uit had zien lichten over het hare heen. Alleen een vage blos onder zijn oogen, die een schijn van verlegenheid erover legde. Zijn blik was van haar weg, zijn tanden bebeten zijn lip. Was dit Jules.... zóó....? Een klein geluid wrong zich uit haar keel, want nu stormde het volle besef van het verschrikkelijke op haar aan; zij boog het hoofd voorover in haar handen.

Maar nu stond hij voor haar en zijn hand raakte haar schouder even aan. Luchtig klonk zijn stem; „Janneke, ben je nu boos op me?"

Zij schudde nee; een storm bonsde in haar op. Schreien kon ze nu, wild uitschreien om het vreeselijke, onherroepelijke .... Maar een zoetheid zwol in haar borst om die zachte lieve stem van hem.

„Licht dan je bolletje eens op! Zóó.... Och-och, wat een verschrikte oogen." Zijn stem werd dieper. „Janne, zal je dit gauw vergeten?"

„Dat kan ik niet!" kreet zij gesmoord.

Hij moest glimlachen om haar kinderlijke oprechtheid.

„Vindt je 't zóó erg wat er gebeurd is?"

Zij kn:kte stom, met trillende lippen, haar smalle schoudertjes opgetrokken. Hij kon niet anders dan glimlachend haar bezien. Zij was weer heelemaal de oude Janne nu, klein en bloo; niets was er over van dat stralend-luchtige, jonge, dat haast overmoedig-blije, dat een oogenblik uit haar opgeborreld was. Hij rekte zich eens op zijn beenen, zocht een cigaret uit zijn koker en stak haar aan.

„Wel.... natuurlijk had ik het niet moeten doen. Maar dat is nu eenmaal het refrein van een aantal liedjes. Er schoot een spot-vonkje in zijn oogen. „Ik wil je dan ook graag mijn nederige spijtbetuiging aanbieden, hoewel mij dat een twijfelachtige hulde lijkt voor een vrouw."

Sluiten