Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE DROOM EN HET LEVEN.

als toch de twee dochters weg waren — en het nichtje liep ook al met plannen rond — nu, dan gaan we naar buiten, had oom op eenmaal gezegd. De verloving van het nichtje mocht eerst niet: je bent te jong en je ouders dienen het eerst te weten. Die ouders lieten zich aan het meisje niets gelegen liggen. En dan een die voor ingenieur leert? — laat hij je maar niet bedriegen, had tante gezegd; haar dochters hadden naar zakenlui gegrepen, ze kon het hoogefe van het nichtje niet zetten. Dat ding was niet knap, had geen voorkomen zooals haar dochters en ze bleef er toch aansprakelijk voor.

Maar naarmate de zekerheid vorderde, dat ook de jongste dochter geen jaren meer ongetrouwd zou zijn, werden er andere plannen gemaakt; oom en tante begonnen te denken aan den verkoop van hun zaak. En het nichtje dan, dat vanaf de schoolbanken al bij hun was? Tante dacht nog eens aan de verloving waarvoor ze eerst gewaarschuwd had. Met een kleur dacht nu nog het meisje aan die zekere woorden van de oudere vrouw: één die studeert? — hij bedriegt je. Maar toen opeens, als hij ziek was, en het nichtje naar hem toe wou, had ze haar vergezeld met bijna moederlijke teederheid: als hij het dan met je zal meenen.... dan kun je net zoo goed óók gaan trouwen dan dat je een andere zaak gaat zoeken of dat wij je overdoen mèt de zaak. Zie dan zelf maar — maar kijk uit je oogen.

En vanmorgen — toen ze naar buiten mocht met Hem

— tante had haar heel den dag gegeven, tot vóór donker

— toen had ze de boodschap meegekregen: zie je maar te verloven met hem, zijn ouders zitten er goed bij — een mooie zaak — grooter nog dan de onze — zorg, dat het gauw iets wordt en dat je me vanavond wat kunt zeggen.

Zij zat nu in het dorpshotelletje, met hèm nog.... en den droom van dezen dag.... niets was gezegd.... ze zou tante een paar leege handen moeten toonen. Maar alle nuchterheid, alle zakelijke zorg van ouderen was zoo diep weggezonken, het kwam niet boven, het kon niet, men had den droom.... en het hart was zoo vol, de droom liet zich niet storen, door geen van de koele woorden die toch

Sluiten