Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WIND OP DE MOLENS.

Dries oordeelde dat de waarheid niet en lag in 't succes van den strijd. Hij geloofde in 't leven zelf van de gedachte zooals in den was van het graan, zooals in 't draaien van den wind op de molens. De hamer en de zaag doen aan geen politiek en nochtans werken zij als de gedachte, voor 't welzijn van het volk.

In de smisse was hij niet meer van 't zelfde oordeel als Goliath. Daar waren 't aller ure eenige overtuigde partijgangers van Flanders. De smid, al hamerend op het aambeeld, zegde dat' er nooit genoeg van hunne partij in de kamers konden zitten. In 't voorbijgaan ging Dries er zijn pijpken aansmoren. Hij zei wat hij meende te moeten zeggen. De reus van een Goliath schudde zijn vonkende manen. Die ook had een kop zoo hard als zijn aambeeld.

— Werken dat is goed, sprak hij. De eene hamert op de nagels, een andere duwt den ploeg en daar zijn er die steken maken aan de broeken, een ieder werkt voor zich zelf. Maar een man lijk Flanders, die werkt voor iedereen en die doet met zijn pen en zijn woord al de stielen tegare die men doen kan met den hamer, met den ploeg en met de naald. Wat zou er gebeuren als er iemand was om te spreken in den naam der anderen? Daar was een tijd, Dries Abeels, dat uw lippen niet toegenaaid waren. Ja, ja, men hoorde u op 't land toen ge daar op 't schip stondt met in de hand den zakdoek rood van 't bloed, 't Komt erop aan longen te hebben. Wie 't langst roept wint.

Dries trok eens aan zijn pijp en antwoordde kalm:

— Ja, zoo peinsde ik er ook over, eertijds; toen was ik maar de zoon van den vlaskoopman, zooals men zegde. Sintsdien ben ik gaan na-peinzen, 'k Geloof dat een mensch die tot de waarheid wederkeert, dat een mensch lijk ik bijvoorbeeld, die voor niets deugde en die 't aanveerd met zijn handen te gaan werken opdat er niemand boven de gemeene wet zou staan, meer goed doet in een dorp dan dat hij de anderen zou verplichten hun werk te verlaten om in een herberg naar zijn geredeneer te komen luisteren.

Als de plofoneerder en de schoenmaker, die twee arme menschen in de familie, hem hadden hooren spreken* dan

Sluiten