Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WIND OP DB MOLENS.

Die verstond ook al niets van de geheimzinnige kracht die hem voortdreef om in den arbeid de levenswaarheid te zoeken. De kleermaker, achter zijn gordijntje, deed teeken aan het gebochelde naaistertje aan den overkant der plaats, als hij voorbij liep. Hij moest bekennen dat hij de achting van het dorp verloren had. Hij zag zich eenzaam, verlaten in zijn nutteloos offer. De verloochening der kleine werkmenschen, op wie hij had willen gelijken, deed hem 't meeste pijn. 't Was een echte crisis. Daar waren dagen dat de reuk van de koffie hem 's morgens misselijk maakte. De kanarievogel en de moor zegden hem het warme huis niet uit te gaan. Hij moest zijn eigen geweld aan doen om zoo, zonder goesting, naar 't werkhuis te trekken, 't Was dus waar, peinsde hij, dat ze meer eerbied hadden voor een mensch versteend in de dwaling, dan voor dezen die naar den plicht weerkeert. Hij was geneigd om 't arme menschdom medelijdend te misprijzen.

Soms dwarrelde er een dunnen sneeuw, de ijzel bepoederde de boomen, of voor een verandering regende het.

Al de dagen waren niet even schoon voor de kleine eendjes niet en voor hem ook niet. Maar de molen draaide. Andere molens verder op sloegen ook aan den zwier, 't Was of de eerste aan dezen had gezegd: opgepast! daar hebben wij den wind van de zee. De vreugde keerde terug in zijn hert als hij ze daar zoo zag staan werken met hun groote wieken, die geen mensch had kunnen tegen houden. Somwijlen liep hij een beetje trager in 't veld om de jonge rogge te zien schieten. Het bloote veld bedonsde zich reeds met het schuim van 't eerste lichte leven. Hij zegde tot zijn eigen dat geen macht ter wereld dit verhinderen kon. Dan bonsde zijn hart: 't leek hem of hij ook een deel was van de jonge wereldkrachten. Blijzaam duwde hij de deur van 't werkhuis open en hij sprak tot den schrijnwerker:

— Ziet ge, Zeune Boorlut, 't koren staat al hoog. Er zongen vogelen in de boomen. Men moet nooit wanhopen in den mensch: eens komt de tijd dat ze allemaal zullen werken als wij.

Sluiten