Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KRONIEK.

„Komen en gaan", door Maurïce Roelants. — Nijgh en Van Ditmar's Uitgevers Mij. — Rotterdam 1927.

Maurice Roelants is een Vlaamsch auteur, maar hij schrijft niet in „de zoet-gevooisde Vlaamsche tale", die aan de boeken van Timmermans een aparte bekoring heeft gegeven, een charme overigens die vervluchtigt en met de jaren voor den Noord-Nederlandschen lezer aan beteekenis verliest. De taal van Roelants is vrij zuiver, die welke boven den Moerdijk geschreven wordt, sterker nog, zijn stijl is, die, waarin een kleine eeuw geleden bij ons reeds veel gelezen romans verschenen. Wie „Komen en Gaan" leest en den auteur niet kent, zou, dunkt ons, kunnen meenen, dat dit boek een herdruk eener uitgave is van honderd jaar geleden, afgezien dan van het feit, dat Maurice Roelants zijn menschen op motorfietsen en in automobielen rijden laat. Diezelfde rustige, emotielooze stijl, die gemoedelijke aanspraak, — Ah, waarde vriend! — diezelfde vlakke taal, die van Lennep, Schimmel, Aernout Drost, óók met dien religieuzen deemoed, hanteerde, is de taal van Maurice Roelants. De boeken van honderd jaar geleden, schreef men in dien stijl uit onmacht, men kon 't niet anders en beter: bij Roelants is van onmacht geen sprake, hij doet het met pure beheersching. Daarom doet zijn stijl strak, gespannen aan, wat niet wegneemt, dat men er een zekere suggestieve macht in waardeeren moet.

Dit boek van Maurice Roelants is het eeste proza-werk, dat we van hem gelezen hebben. Roelants is van huis-uit dichter: hij behoorde tot de groep van dichters, die bij onze Zuidelijke buren als de dichters van „Het Fonteintje" bekendheid hebben verworven. In Juni 1921 verscheen te

Sluiten