Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEEL OVERZICHT

door HENRI BOREL.

Nadat, in 1905, J. B. Schuil begonnen is met een in Indië spelend tooneelstuk, Gedeballoteerd (Brooshooft's zijn Meisje komt uit, was toen alweer vergeten), heeft Jan Fabricius geruimen tijd, althans in Nederland, het monopolie gehad van Indische tooneelstukken. In Indië zelf heeft, onder den schuilnaam Victor Ido, Hans van de Wall een geheele serie Indische stukken doen opvoeren, door dilettanten meestal, waarvan er, zoo ver mij bekend is slechts één door Nederlandsche tooneeldirecties één opvoering in Nederland waardig is gekeurd.

Mevrouw C. Kooy van Zeggelen heeft thans, in een zeer dramatisch bedoeld tooneelspel Boeddhakind, getracht een conflict op de planken te brengen van een Westersch opgevoede, en dus naar 't Nederlandsche georiënteerde adellijke Javaansche, een Regentsdochter, met haar Javaansche omgeving. Om goed de ziel van zulk een meer dan half ver-Europeeschte Javaansche aan te voelen, heeft men slechts Raden Adjeng Kartini's leerzame en aandoenlijke boek Van Duisternis tot Licht lezen. Raden Adjeng Siti Mira Inten is de dochter van een Regent, en al meent zij in haar vroege jeugd genezen te zijn van een zware ziekte, door de asch in te nemen van een aan een Boeddhabeeld gewijd brandoffer, waarom zij Boeddhakind is bijgenaamd, zij is in haar latere jeugd geheel Nederlandsen opgevoed, en is zich daardoor gevangen en dus ongelukkig gaan voelen in het starre conservatisme en de strenge etikette van

Sluiten