Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NARCISSEN'

zich verspreiden van nevel en wolken boven bepaalde gebieden en in een bepaalde periode die nu aanstaande was. Het eindigde in een voorspelling van ongebroken heldere sterrenachten boven een klein gebied van hei- en bouwland en gedurende eenige komende weken en Voorbeitel geloofde in die voorspelling, verlangde ongedurig naar die kostelijke gelegenheid om zijn sterrestudies voort te zetten en was reeds bezig in die bevoorrechte streek, bij de Oostelijke grenzen van ons land, appartementen te huren waar hijzelf en een groote verrekijker een goede plaats zouden vinden. Hij hield die voorspelling en zijn toebereidsels streng geheim, omdat zijn bekenden zich mochten verbazen over zijn geloof in wetenschap, die er zoo fantastisch uitzag en misschien ook om concurrentie in het waarnemen te voorkomen. En nu wist hij plotseling dat er verband bestond tusschen het geschriftje, zijn hooggestemde verwachting en dezen geheimzinnigen koopman.

„U zult mij van nu af gelooven, ik zie het," zei deze op betooverend-indringende wijze. „Ik raakte op een ochtend, toen ik naar gewoonte mijn bloemen van het land opkocht, in ongenade bij de meesteres van een van de narcissenvelden. Zij deed een weinig aan weerkunde omdat ze regen en zon voor haar land wenschte en ik was zoo onvoorzichtig haar tegen te spreken toen ze beweerde dat de vallende maan vorstvrije nachten waarborgde. Ze was hevig ontstemd, maar ik trok het me niet aan, — van dat oogenblik af had ik echter geen geluk meer met den verkoop. De menschen kochten altijd van mijn buurlui en niet van mij. Als ik alleen ging staan aarzelden dames soms even als zij mijn smeekenden roep hoorden, maar de eene was teleurgesteld dat ik juist deze en geen andere bloemen had en een andere bloosde even bij de gewaarwording dat ze haar portemonnaie had thuis gelaten; verstrooide heeren liepen mij in gedachten voorbij en hadden daarna berouw en de overgroote massa ging onverschillig langs mij heen en had juist als ik daar stond, geen behoefte aan bloemen. Ik leed bitter armoe en kon niet meer studeeren, te meer dacht ik over den zonderlingen loop van zaken na. En ik begreep

Sluiten