Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

706

HET GYMNASIUM.

de drukke winkelstraten, maar ook in de kleine steegjes en langs de plantsoenen en achterbuurten, waar een enkele lantaarn de gevels bescheen. Willem las veel in Dickens en spoedig had hij in allerlei straattypen, huizen en buurten kennissen uit Dickens ontdekt. Hij vond het heerlijk, dat ook Mapi en de Kapitein Dickens lazen. Mapi en de Kapitein deden hetzelfde als hij; zoo noemden ze een steeg, die schuin tegenover hun huis uitmondde, en op den hoek waarvan een kroeg stond, het Bloedende Hart Slop.

Het was ook niets, dat je op gymnastiek niet kon mee doen. Je had er zelfs iets vóór, want de jongens dachten, als je je niet aan de ringen kon optrekken, dat je dit expres deed om den Rooie te plagen. De Rooie was de gymnastiek-leeraar; eigenlijk moest hij de Groene heeten, want zijn rood haar verbleekte, als hij groen werd van drift. Hij maakte zich vreeselijk driftig, omdat de jongens opzettelijk alle kunsten verkeerd deden; dook dan in elkaar als een kat, balde de vuisten, kreeg het schuim op den mond en tripte zoo als een blazende kalkoen op de jongens toe. Met rood beloopen oogen bleef hij ze dan giftig aanstaren, met zijn vaalgroen gezicht vlak voor het hunne, en schreeuwde dan:

„Verdomme! 'k Zou je kunnen vermoorden ! !"

Dan keerde hij zich om, en de jongens slopen hem na en staken stilletjes achter zijn rug den gek met hem.

De meisjes van de Jongejuffrouwenschool hadden ook les in het gymnastieklokaal, en de jongens treuzelden na de les, om te wachten totdat de meisjes kwamen. Maar dan joeg de Rooie ze achterna, de heele straat uit soms, want de directrice van de Jongejuffrouwenschool, die tegenover het gymnastieklokaal stond, liet de meisjes niet gaan, voordat de laatste jongen uit het gezicht was.

Het gebeurde wel, dat Willem, doordat hij na school met Guus zooveel te zien en te bepraten had, te laat aan tafel kwam. En daar hij, ofschoon hij den jongen, die in de erwt was gestikt, door al de drukte en vermaken van zijn nieuwe leven volkomen vergeten was, nog altijd langzamer at dan de anderen, vond Mapi dit onverstandig van hem.

Sluiten