Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

748

BOTANICUS PRO FORMA.

In zijn overpeinzingen werd hij gestoord, want de telefoonschel ging over.

In de soos werd het geduld zwaar op de proef gesteld. ,,De pers", die zoo vroeg in den middag was teruggekeerd, had men toch nog zeker tegen het bitteruurtje verwacht.

Het werd langzamerhand half acht en de clubgenooten van Kortzicht, onder den indruk van het lange wachten en de rondjes, die wederzijdsch gewisseld waren, verlieten het clublokaal. Men besloot in de stad te blijven dineeren, de stemming aan tafel ontbrak echter. Plotseling kwam de praeses op het lumineus idee, om „de pers" op te bellen. Hij spoedde zich naar de telefoon, de anderen in spanning achterlatend. Opgeruimd kwam hij 'n oogenblik later terug met het meer dan verrassende bericht, dat „de pers" nog in de soos kwam, maar eerst tegen elf uur.

„Zie je wel, dat het loos alarm was" — lachte de praeses. — „De kerel is zoo lekker als wij met ons allen", — 'n opmerking die het clubje deed schaterlachen, want geen van de drie was op dat oogenblik nog bepaald frisch te noemen.

,,A propos, heeren," — ging hij' voort — „ik zal u even alleen moeten laten, maar om elf uur ben ik óók van de partij hoor!"

Met groote haast verliet hij het restaurant, tot groote verbazing van de achterbl ij venden. Waar moest dat heen en nog zoo laat ! !

De praeses, de heer Schot, was 'n oud-Indisch man. Jarenlang had hij op Deli doorgebracht als administrateur in de rubbercultuur. Hij was 't type oud-Deliaan. Ruw in z'n mond en optreden, maar verder de goedheid en jovialiteit in persoon. Het eenige dierbare wat hij nog bezat, was zijn dochter Rosalie. Zijn vrouw had hij reeds vroeg verloren en zijn toen-achttienjarige dochter, die haar opvoeding in Holland genoot, beschouwde 't als haar plicht dit groote gemis aan te vullen. Ze begreep heel goed, dat 't voor haar 'n heele overgang zou zijn, 'n stad als Den

Sluiten