Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KRONIEK.

761

eerste man in haar leven, die haar hartelijk begrijpend tegemoet gekomen was, haar liefde voor de kinderen van haar klas had hem getroffen, hij had haar gezegd te lezen: „De liederen van het kind" van Tagore. En op een Meiavond, buiten droomt Sytje, haar handen in haar schoot, over wat zij zoo even uit Tagore's boek heeft gelezen, uit het hoofdstuk waarin het kind de moeder vraagt: „Waar ben ik vandaan gekomen, en waar heb je mij gevonden?"

„Je waart verborgen in mijn hart als zijn verlangen."

„In al mijn hoop en liefde in mijn leven en het leven van mijn moeder heb jij geleefd."

„Toen in mijn meisjestijd mijn hart zijn bloembladen ontplooide,, waarde jij als een zoete geur daarom heen."

„Jouw teedere zachtheid bloeide in mijn jonge leden als een gloed in den hemel voor zonsondergang."

„Als des hemels dierbaarste lieveling, tweeling van het morgenlicht, ben je stroomaf gedreven op den levensvloed, om eindelijk te stranden op mijn hart."

Sijtje heft haar hoofd. Haar ziel is licht als de hemel en wijd tot alle horizonnen toe. In de weide holt een veulen naar de merrie, in de schaduw van een boerderij staan kalfjes, speelgoedlammetjes dartelen bij een hek en in het gras krioelen kuikentjes, gele en oranjeachtige met zwarte vlekken.

Alles bloeit, elk dier is moeder.

Sijtje droomt, zij ziet het gezicht van den jongen dokter, die zich buigt over haar heen. Zijn mond neigt naar de hare. In devotie heft zij haar armen op en strekt ze naar hem uit. En ze zegt, met een stem, gebroken van geluk:

— Ik.... ik wil mijn kind van U.

Zoo droomt Sijtje, die arme Sijtje, die zoo dol is met de kinderen van haar klas.

We hebben in vroeger jaren eens een klein boekje gelezen van Ricarda Huch, de Duitsche schrijfster, die bestemd is klassiek te worden, en in dat kleine, fijne boekje wordt het verhaal gedaan van iemand, die slechts éénmaal in zijn leven gelukkig was en dat was: in den droom....

Aan dit onvergetelijke boekje van Ricarda Huch doet

Sluiten