Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONDERGANG.

II.

Nu blazen hemelsche klaroenen Ten aanval, als in visioenen Door heiige zieners is voorspeld. De plagen naadren en de nooden, En, schriklijker dan duizend dooden, De Heiige die ten oorlog snelt.

Geen vluchten baat naar nevelnesten, Over den dubbelsterken wal Van schemering en rotsen, zal God vlammen reegnen in de veste. En geen durft meer de voozen geste Van handenvouwe' en vuistgebal Verheffen, want in dit verval Erkent Hem eindlijk ook de leste.

Sluiten