Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BRIEVEN AAN EEN VLIEGENIER.

of jij je verontschuldigde dat je een vrouw had. Een van je vrienden zei hard: „Tonny, het is nog bijna een kind!"

Wat hebben we daarom gelachen.

Maar den anderen dag stuurde hij mij bloemen.

Lieveling, ik heb weer zoo'n wollen vest voor je gebreid. Ik weet wel waar je woont, ik bedoel in welke stad; nu zal ik het aangeteekend sturen, zonder iets erbij.

Ik hoop maar, dat je er niet boos om zult zijn.

Je draagt ze toch nog, of heb je nu een vest met bont gevoerd?

Maar je kunt het toch immers dragen. Toe, liefste, draag het maar, als een talisman van

Je verlangende

BETTIE.

25 October.

Morgen en overmorgen heb ik vacantie. Dan ga ik op reis, je weet nooit waar naar toe, daarom zal ik je het maar vertellen. Ik ga naar de stad waar jij woont, waar we samen gewoond hebben. Nog ééns wil ik het huis zien, waar we gelukkig waren. Ik wil nog eens door de straten loopen, alles zien wat het beste deel van mijn leven geweest is.

Mijn zoetste, zou ik jou ook zien? Zou ik nog eenmaal je knappe figuur, je geliefd gezicht zien?

Toch ga ik langs ons huis wandelen en trachten door de gordijnen te gluren, die het mooiste en beste voor mij verbergen, dat ik op de wereld bezit.

Ik zit er nu voortdurend aan te denken, hoe jij kijken zult, als ik je eens toevallig tegen kwam.

Zou je mij nog herkennen?

Ik jou wel; als je in de straat naast ons huis liep, en ik je nog niet zag, zou ik voelen dat jij er aan kwam.

Je bent een deel van mij zelf, en nu voel ik me rusteloos, treurig en eenzaam, omdat het andere deel van mij, voor mij verloren is.

Sluiten