Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OUDE DOEPSFIGUEEN.

hem ooit te hebben hooren spreken, want de enkele malen, dat hij zich aan zijn deur vertoonde, zweeg ie als een wijsgeer en rookte uit een steenen pijpstompje. De eenige menschen, waarmede ie wel eens een enkel woordje wisselde, waren de meester en de visscher van twee huisjes verder. Hij kookte zelf zijn potje en leefde zoo zijn kluizenaarsleven uit Er was niemand die ooit last van hem had.

In het tweede huisje daarentegen speelden zich zeer wereldsche zaken af, daar ben ik wel eens binnen gegaan om er mijn zonde te bedrijven. Toen ik voor den eersten keer den drempel der zonde overtrad, was dit met kloppend hart. In mijn eene hand hield ik een cent geplakt en met de andere opende ik de deur, die met een klink gesloten was. Akelig knerpte die deur en nu stond ik in een donker portaaltje, waarvan ik een tweede deur moest openen, die aan dezelfde kwaal van het knerpen leed en bovendien nog een valsch belletje deed rinkelen. Dan stond ik in het winkeltje, waar het zoo donker was, dat ik niets anders zien kon, dan het raam, dat op den dorpsweg uitzag, die in de zon te stoven lag. Ik hoopte dat er maar gauw eimand zou komen om me te helpen, doch pijnlijk lang duurde de stilte, waarin ik wachten moest. Bedompte lucht van kamferballen en petroleum maakte me wee, dan kwam de vrouw vragen wat ik wenschte. Schuchter legde ik mijn cent op de toonbank.

„Mag ik een cent zoute droppies?" verzuchtte ik.

Daarop haalde ze uit een geheimzinnig hoekje een blikken bus en schepte hieruit een afgemeten portie in een stukje grauw papier. Gelukzalig ging ik den winkel uit en zij kon weer aan haar boterham gaan, die ze voor den klant in den steek gelaten had.

Maar ik kreeg berouw van mijn zonde, want zoodra ik thuis kwam, kreeg mijn moeder het in de gaten, al had ik onderweg ook nog zoo vaak met mijn mouw langs mijn mond geveegd....

In het derde huisje woonde de visscher, die altijd vreemde kaakbewegingen maakte, lijk een koe, die te herkauwen staat. Later begreep ik, dat ie pruimde en dit deed ie zoowel

Sluiten