Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GYMNASIUM.

hij niet in den spiegel durft zien, omdat zijn zielig bleek snoet hem dan ergert. Eens, als hij bezig is zich te kleeden, komt John Buil binnenloopen, zoo over 't portaal, terwijl ook hij zich klaarmaakt om naar beneden te gaan.

„Wat heb jij toch een mooie nagels," zegt John Buil, die juist zijn eigen smidshanden verzorgt. „Wat is dat toch een gemak, als je zulke nette handen hebt."

En Willem voelt zich bizonder gevleid, omdat hij dan toch ook iets moois schijnt te hebben.

IX.

Het gymnasiastenbal komt in 't zicht en Willem mag, nu hij in de derde klasse gekomen is, daaraan voor 't eerst meedoen. Hij is op dansles met de andere jongens. Ook Em en de andere meisjes van de jongejuffrouwenschool gaan er op. Ze hebben er altijd veel schik om den dansmeester, die een Jood is en bovendien bijziende. Ze maken hem kwaad, door donderpoeder op den grond te strooien en te doen of ze de passen, die hij hun voordanst, niet begrijpen. Ook trachten ze „bij ongeluk" tegen hem aan te botsen, als ze ronddraaien, terwijl hij met een ander paar bezig is.

Overigens is er niet veel aan het dansen en ook niet veel aan de meisjes. Je moogt de meisjes niet thuisbrengen en op straat niet met hen staan praten. Meisjes van de jongejuffrouwenschool mag je alleen maar ontmoeten als je met haar schaatsen rijdt op de ijsbaan en met ze danst op de dansles. Willem heeft Em eens op straat aangesproken en dat heeft juffrouw Schill, de directrice, juist gezien. Em heeft er toen vreeselijk last mee gehad, want juffrouw Schill wou niet gelooven, dat het haar broer was. Nu juffrouw Schill haar hierom niets doen kon, liet ze haar een uur schoolblijven, omdat ze geen handschoenen aan had gehad. En ze moest Willem vragen, het in 't vervolg niet weer te doen, want niet ieder kon weten, dat hij haar broer was, en het stond „ordinair", op straat aangesproken te worden.

De meisjes op de dansles zijn net als jongens; ze halen

Sluiten