Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HUT GYMNASIUM.

zal het Guus vreeselijk kwalijk nemen en hem weer tegen Guus waarschuwen.

En Willem kan Guus niet missen. Zoo'n hekel hij aan den Zwengel heeft, zoo voelt hij zich tot Guus aangetrokken, 't Is waar, Guus is soms valsch, en hij had dat met Michiel niet moeten doen, maar Guus is de eenige jongen, met wien Willem zijn verbeelding en zijn zucht naar avontuur den vrijen loop laten kan.

Voor Guus is heel de stad met al haar straatjes en verborgen hoeken niet de gewone stad, maar het Londen van Dickens; Guus ziet hetzelfde romantische in de oude gebouwen en grachten; Guus geniet mee van de heerlijke dwaasheid in de stadstypen, die voor hen samen geweldige figuren worden, met een heelen rcman en duizend legenden er om heen. Guus en hij hebben samen een eigen dieventaal omtrent het loopen op de meisjes, gebruiken dezelfde krijgskundige termen, vinden gemeenschappelijk krijgslisten en diplomatieke zetten uit.

Wat zou Willem's leven leeg worden zonder Guus; tegen wien zou hij, behalve dan tegen Mapi, kunnen uiten wat er in hem omgaat?

Alles wat anders droog en vervelend zou wezen, maken ze samen mooi. Het Latijn van den Jood is meer dan grammatica en thema. Ze verplaatsen de Romeinsche wereld naar hun eigen stad; ze noemen de autoriteiten met de Romeinsche benamingen; op straat komen ze consuls en praetoren tegen en de haruspices dragen een hoogen hoed. Ze onderhouden tezamen de gebruiken van den Romeinschen godsdienst; ze hebben hun gemeenschappelijke offers en voorteekenen en vereenzelvigen hun eigen particuliere belangen met die van den Romeinschen staat, waarvan de Zwengel de erfvijand is.

Ze koopen in 't winkeltje van Louw een flaconnetje muskus en storten het uit ter eere van Aphrodite, om zegen te krijgen op hun krijgstochten tegen Lize en Fientje. Ze laten een lijkbidder, die hen tegenkomt, links passeeren en kunnen ze 't onvermijdelijke niet meer voorkomen, dan mompelen ze: „non accipio".

Sluiten