Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OUDE DORPSFIGCREN.

denken, zoodat je niet altijd spelen of droomen kon, toch fcleef er 'n zekere ongedwongenheid, want een lesrooster was er niet. Toen de oude schoolopziener er hem eens lachend om gevraagd had, zei meester, dat-ie dat in zijn hoofd had zitten. Over slechte rapporten behoefden we ons ook al niet ongerust te maken, want die kregen we niet en huiswerk evenmin. De eenige plicht, die ons was opgelegd, was, dat we iederen Woensdagmorgen vier jaartallen moesten kennen en dat was dan ook het eenige. Maar wat deden wij nu, wij luie slampampers, we kwamen op het idee te distribueeren, we leerden er elk één en zouden dan elkander voorzeggen en dit denkbeeld scheen goed te zijn, want het ging prachtig. Het noodlottige gevolg was echter, dat ik van Vaderlandsche Geschiedenis niets afwist; wanneer we er een opstelletje over moesten maken, liet ik Jan van Schaffelaar scheeve torens recht zetten en Michiel Adriaanszoon de Ruyter met manschappen als „haring in een ton gepakt" Breda innemen, terwijl de knecht van den turfschipper van mij een villa van Broekhuis cadeau kreeg. Twee of drie jaartallen kende ik gelukkig ook nog, zooals de uitvinding van de Boekdrukkunst, de opstanding van het Kaas en Broodvolk en de Slag op de Mookerheide. Verder kon ik dan nog zeer realistisch beschrijven hoe ze van Balthazar Gerarts, die „verraderlijke" moordenaar, leverpastei in blik maakten. En dit laatste vooral werkte er toe mee, dat meester, die sentiment had voor zulke dingen, me niet al te hard uitmaakte.

IX.

Vaderlandsche Geschiedenis, natuur en wiskunde waren meesters lievelingsvakken en het minst van alles voelde hij voor teekenen, omdat hij daar zelf nu niet bepaald de handigste in was. Nog klinkt me in m'n ooren:

„Meester mag ik overhallen?"

Dit wilde zooveel zeggen, dat de teekening naar een gedrukt voorbeeld harig vlakkerig en vaag in het boekje gekrabbeld stond, dan moest meester zijn toestemming tot

Sluiten